Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). [1] bijden praktisch van den inkomsten
[2] der standplaats moet leven, den
[3] winkel brengt dan enkel een vrijen
[4] huur op, moest ik de toewijzing
[5] van verdeelvisch opgeven, nu is
[6] dat mijn inziens niet billijk daar
[7] ik enkel in de winkel de Paling
[8] verkocht en er op mijn vergunning
[9] ook enkel staat Haring en Zuur
[10] ik heb mij daar dan ook strikt
[11] aangehouden; maar u begrijpt
[12] er is nu zoo goed als niets te
[13] verdienen op de standplaats daar
[14] er geen Haring is en als ik nu die
[15] paling niet meer mag verkoopen
[16] kan ik de winkel ook wel sluiten.
[17] Daarom wilde ik U. Edelen verzoeken
[18] mij voor de winkel weer een
[19] toewijzing voor verdeelvisch te
[20] doen uitreiken zoodat ik tenminste
[21] kan blijven bestaan.
[22] in afwachting met
[23] Hoogachting
[24] uw Dw. dnr
[25] J. W. Koonenbroek
[26] geb. 30-11-1883 Ostadestraat 110
[27] zuid In deze brief richt J.W. Koonenbroek zich tot een autoriteit (aangesproken als "U. Edelen") met een dringend zakelijk verzoek. De schrijver exploiteert zowel een winkel als een standplaats (marktstal). Hij legt uit dat hij momenteel in een precaire financiële situatie verkeert.
De kern van het probleem is dat zijn vergunning voor de standplaats beperkt is tot haring en zuurwaren. Vanwege de oorlogsomstandigheden is er echter geen haring beschikbaar, waardoor de inkomsten van de standplaats zijn weggevallen. In zijn winkel verkocht hij voorheen paling, maar de toewijzing voor "verdeelvisch" (vis die via het distributiestelsel werd toegewezen) is hem blijkbaar ontnomen. Zonder deze toewijzing kan hij de winkel niet rendabel houden — deze brengt momenteel nog net de huur op, maar geen inkomen voor levensonderhoud. Hij verzoekt daarom om een herstel van de toewijzing zodat hij in zijn levensonderhoud kan blijven voorzien ("kan blijven bestaan"). De term "verdeelvisch" is typerend voor de distributie-economie tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Omdat goederen schaars waren, werden ze door de overheid verdeeld onder winkeliers. Haring was in die jaren vaak schaars omdat de Noordzee grotendeels verboden gebied was voor de visserij vanwege mijnen en militaire operaties.
Het genoemde adres, Ostadestraat 110, bevindt zich in de Van Ostadestraat in de wijk De Pijp in Amsterdam-Zuid, een buurt die van oudsher veel kleine middenstanders en marktkooplui (nabij de Albert Cuypmarkt) huisvestte. De schrijver was ten tijde van de oorlog rond de 60 jaar oud. De brief geeft een indringend beeld van de bureaucratische strijd die kleine ondernemers moesten voeren om tijdens de schaarste te overleven.