Getypte brief op briefpapier van de onderneming.
Origineel
Getypte brief op briefpapier van de onderneming. 24 augustus 1942. J. Hagedoorn, Haringhandel Hagedoorn, Lange Brugsteeg 7, Amsterdam-C. Den Heer Inspecteur van de Visscherijcentrale de Haer, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. [Rechtsboven, handgeschreven:] 894
[Linksboven, briefhoofd:]
HARINGHANDEL
HAGEDOORN
LANGE BRUGSTEEG 7
Amsterdam- C. - Telef. 46763
[Rechtsboven, datumregel:]
AMSTERDAM, 24 Augustus 1942
[Linksboven, gestempeld kenmerk met handgeschreven toevoeging:]
№ 46^A/539/1 M. 1942 25/8
[Rechtsboven, handgeschreven opmerkingen in potlood/inkt:]
enkele bewijzing
afwijzen
46^A/539 h
[Adresblok:]
Den Heer Inspecteur van de Visscherijcentrale
de Haer,
Jan van Galenstraat 14,
Amsterdam.
[Inhoud:]
Weledele Heer,
Tot mijn groote verwondering moest ik de vorige week ervaren, dat mijn naam noch op de toewijzingslijst voor grove zeevisch, noch op die voor fijne zeevisch voorkomt, terwijl ik deze visch al sinds jaren van verschillende handelaren betrokken heb. Ter bewijzing hiervan zend ik U hierbij mijn grootboek, waarvan ik over de eerste 2 maanden van 1939 een uittreksel bijvoeg. Van de Jonge heb ik hoofdzakelijk Bot, Schol en Schartong betrokken, terwijl de handelaren Wijnschenk, Paix enz. mij Tong, Griet e.d. geleverd hebben.
Ik hoop ten zeerste, dat mijn uitsluiting voor toewijzing van deze visch op een misverstand berust en verblijf, in afwachting van Uw gunstig antwoord,
Hoogachtend,
[Handtekening:] J. Hagedoorn * Onderwerp: Een bezwaarschrift van een vishandelaar tegen zijn uitsluiting van de toewijzingslijsten voor zeevis.
* Argumentatie: Hagedoorn voert aan dat hij historisch gezien (referentie naar 1939, voor de oorlog) altijd deze vissoorten heeft verhandeld. Hij noemt specifieke groothandelaren (Van de Jonge, Wijnschenk, Paix) en vissoorten (Bot, Schol, Schartong, Tong, Griet) om zijn recht op toewijzing te staven.
* Administratieve afhandeling: De handgeschreven notitie "afwijzen" boven de brief duidt erop dat de inspectie van de Visscherijcentrale het verzoek direct negatief heeft beoordeeld, ondanks de aangeleverde bewijsstukken uit het grootboek.
* Taalgebruik: Formeel en beleefd ("Weledele Heer", "Hoogachtend"), passend bij de zakelijke correspondentie van die tijd. Deze brief stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (augustus 1942). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de distributie van voedsel, waaronder vis, strikt gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse bureaucratie.
* Visscherijcentrale: Dit was het centrale orgaan dat toezicht hield op de visserij en de verdeling van de vangst. Zonder op de 'toewijzingslijst' te staan, mocht een handelaar geen vis inkopen of verkopen.
* Referentiejaar 1939: In de oorlogsjaren werd vaak teruggegrepen op de omzetcijfers van 1939 (het laatste normale jaar voor de invasie) om quota en rechten vast te stellen.
* Joodse connecties: De genoemde handelaren "Wijnschenk" en "Paix" zijn bekende namen in de vooroorlogse Amsterdamse (vaak Joodse) vishandel. Gezien de datum (1942) en de systematische uitsluiting van Joden en hun zakenpartners uit het economische leven, zou dit een achterliggende reden voor de uitsluiting van Hagedoorn kunnen zijn, hoewel hij zelf in de brief van een "misverstand" spreekt.