Zakelijke brief / Rappèl (herinnering)
Origineel
Zakelijke brief / Rappèl (herinnering) 9 september 1942. W.A. Tasseron (namens de Nederlandsche Landstand). Directeur der Vischafslag te Amsterdam. [Stempel linksboven in paars:] No = 46a / 540 / 3
[Stempel midden boven in paars:] M. 1942
[Handgeschreven rechtsboven:] 10/9
Nederlandsche Landstand
HOOFDAFDEELING II: „VOORTBRENGING”
[Links:]
Afd.: Visscherij
T/v.d.M
Tel. 115754 , Toestel: 8
Onderwerp:
Uw teeken: Uw brief van:
Bijlage:
[Midden:]
Aan den Directeur der
Vischafslag
te
AMSTERDAM
[Handgeschreven in blauw en rood over het adres:] n.i.d.r. [?] spoed!
[Rechts:]
Ons teeken: DEN HAAG,
1007 9 Sept. 1942
Bij dezen komen wij terug op ons schrijven No. 1000, waarin wij U om inlichtingen betreffende de afslag vroegen. Tot op heden mochten wij van U geen gegevens ontvangen. Wij zouden U willen verzoeken deze cijfers zoo spoedig mogelijk, liefst binnen 14 dagen, te willen verstrekken, daar wij deze dringend noodig hebben.
U gelieve het rapport op te zenden naar de Afd. Visscherij van den Nederlandschen Landstand, Zeestraat 71 B. te 's-Gravenhage.
DE NEDERLANDSCHE LANDSTAND,
Afdeeling Visscherij
[Handtekening:] W.A. Tasseron
(W.A. Tasseron).
[Handgeschreven in rood rechtsonder:] repr 16-9-42 [met een paraaf]
[Onderaan:]
MODEL 2 K 1128 * Inhoud: De brief is een dringende herinnering aan de directeur van de Amsterdamse visafslag. Een eerder verzoek (kenmerk No. 1000) om cijfers en inlichtingen over de afslag is niet beantwoord. De Landstand eist deze gegevens nu binnen 14 dagen op.
* Toon: Formeel maar dwingend. Het gebruik van woorden als "dringend noodig" en de handgeschreven toevoeging "spoed!" onderstreept de druk die werd uitgeoefend.
* Administratieve sporen: De verschillende nummers (46a/540/3 en 1007) en de rode aantekening "repr 16-9-42" (waarschijnlijk 'reproduceer' of 'reproductie' op die datum) wijzen op een strakke bureaucratische afhandeling binnen de organisatie. De Nederlandsche Landstand (1941-1945) was een nationaalsocialistische organisatie, opgericht tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Het was een zogeheten 'mantelorganisatie' die bedoeld was om de gehele agrarische sector, inclusief de visserij, onder controle te krijgen volgens het Duitse 'Reichsnährstand'-model.
Alle boeren en vissers waren verplicht lid. De Landstand diende niet de belangen van de vissers, maar fungeerde als een instrument van de bezetter om de voedselproductie en -distributie te beheersen voor de Duitse oorlogsvoering. De Afdeeling Visscherij hield toezicht op de vangsten en de afslag. Dit document illustreert hoe de Landstand probeerde grip te krijgen op lokale instellingen zoals de Amsterdamse visafslag door middel van strikte rapportageverplichtingen. Veel directeuren van dergelijke instellingen probeerden dergelijke verzoeken te traineren, wat de dwingende toon van dit rappèl verklaart.