Archiefdocument
Origineel
20 oktober 1942 J. F. Kaspersen Jr., Egelantiersstraat 85 I, Amsterdam. Commissie voor de Vischverdeeling (ter attentie van de heer Stam). № 46a/547/3 M. 1942 23/10 (6
20 October 1942. Amsterdam
[diagonaal geschreven:] Afwijzen
[rode aantekening:] 29/10/42 46a/547/4 [paraaf] M. Comm. Vischverdeeling
Geachte Heer
Een derer dagen heb ik u gesproken over mijn toewijzing
voor noordzeevisch dan moest ik maar een briefje bij den
heer Stam afgeven.
Mijnheer ik ben reeds als jongen van 15 tien jaar in
den visch handel gekomen en heb in negentien zeven
endertig half een vischzaak gedreven. Ik wil dit
even aanhalen om aan te toonen dat ik geen twee
dagen handel drijf. daarvan heb ik zeven jaar den in
koper zoowel in Amsterdam als ijmuiden voor mijn
vader gedaan Zoo heb altijd noordzeevisch en bliek te koop
gehad: en kan u daar den kwitanties van laten zien,
zoo als Corving. Gorter de Jong Ymuiden
Servaas. Klaas veerman. Ysbrandt goedhart
denen visch werden voor dien tijd al op den Amstelveensche Straat
verkocht. Zoo betrok ik mijn versche en gerookte aal van
Arie de bruin of Eeuwtje Coster uit vollendam.
Den zoon van ysbrandt goedhardt heeft wel een toewijzing
terwijl wij even zoo lang in den handel zijn.
Een huineres die vroeger aan mij vroeg zeg broes wil jij
mij 5 of 10 pond wijting over doen of waar je op het vlak
een paar gulletjes schar of snoekbaars voor kopen moest
hebben dan ook een toewijzing Hiermede laat ik
het aan u goeden wil over Alsook ik niet in den
verdeling van Noordzeevisch. bliek Gerookte aal als
versche aal kan worden ingedeeld.
Inafwachting verblijf ik
J. F. Kaspersen Jr.
Egelantiersstr 85 I * Onderwerp: Een verzoekschrift (reclamatie) betreffende de toewijzing van visquota tijdens de Duitse bezetting.
* Argumentatie: De schrijver, J.F. Kaspersen Jr., voert aan dat hij een zeer ervaren visvervanger is (al sinds zijn 15e werkzaam, waarvan ruim 19 jaar een eigen zaak). Hij onderbouwt zijn vakbekwaamheid door namen van bekende leveranciers uit IJmuiden en Volendam te noemen.
* Gevoel van onrecht: Kaspersen klaagt over de willekeur van de verdeling. Hij noemt specifiek de zoon van een concurrent en een "huineres" (vrouwelijke straatverkoper) die wel een toewijzing hebben gekregen, terwijl zij volgens hem minder recht hebben of voorheen zelfs vis bij hém moesten bedelen/kopen.
* Resultaat: Ondanks de uitgebreide bewijsvoering van zijn jarenlange ervaring, is het verzoek door de instanties resoluut afgewezen, getuige het grote opschrift "Afwijzen" bovenaan de brief. Dit document stamt uit de periode van de Tweede Wereldoorlog, waarin de distributie van schaarse goederen zoals vis strikt werd gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse overheidsorganen (zoals het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening). Voor kleine zelfstandigen in de Amsterdamse Jordaan, zoals Kaspersen (wonend in de Egelantiersstraat), was het verkrijgen van een officiële "toewijzing" van levensbelang om hun nering te kunnen voortzetten. Zonder deze toewijzing was men aangewezen op de zwarte handel of moest men de deuren sluiten. De brief toont de bureaucratische strijd die burgers moesten voeren om hun recht op werk en inkomen te verdedigen.