Ambtelijke correspondentie (concept of doorslag van een brief).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (concept of doorslag van een brief). Een ambtenaar uit Amsterdam (mogelijk de Inspecteur van het Marktwezen), namens de Burgemeester van Amsterdam. [Links boven:]
onderwerp: regeling verkoop visch.
46a/562/2
[Rechts boven:]
Den Heer Burgemeester van Apeldoorn.
[In de kantlijn:] T te A’dam
Naar aanleiding van Uw aan den heer Burgemeester van Amsterdam gerichten brief d.d. 25 Aug. j.l. no. 207 3/1941, welke mij ter verdere behandeling in handen is gesteld, heb ik de eer U het volgende te berichten.
De thans geldende regeling voor de verdeeling van zoetwatervisch en garnalen is 15 Mei j.l. in werking getreden, die voor de zeevisch 20 Aug. j.l. De uitvoeringsvoorschriften van deze regeling voor de verdeeling van zee-zoetwatervisch en garnalen zijn vervat in het in bijlage dezes overgelegde "Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941."
De verdeeling der visch geschiedt aan den gemeentelijken afslag alhier, aan de hand van verdeellijsten, [doorgestreept: waarop vermeld is de toewijzing, welke voor iederen kooper is vastgesteld. De toewijzing ...]
[In de kantlijn links onder:] Twelke vooraf door de N.V.C. zijn goedgekeurd,
Op deze verdeellijsten komen voor straathandelaren en winkeliers, welke per beurt hun toewijzing visch ontvangen, zoals die [ingevoegd: voor iederen] handelaar is vastgesteld, in overleg met een door de N.V.C. ingestelde verdeelingscommissie, waarin [ingevoegd: vertegenwoordigers uit den] kleinhandel zitting hebben onder voorzitterschap van den Inspecteur van het Marktwezen.
[Onderaan afgebroken tekst:] De straathandelaren, welke oorspronkelijk meerendeels hun visch in de stad ... Het document is een concept van een ambtelijke brief waarin de stad Amsterdam de gemeente Apeldoorn informeert over de nieuwe distributieregels voor vis. Het handschrift is een zakelijk cursief uit de helft van de 20e eeuw. Opvallend zijn de vele redactionele wijzigingen en tussenvoegingen in de kantlijn, wat duidt op een zorgvuldige formulering van het beleid. Er wordt specifiek onderscheid gemaakt tussen de regelgeving voor zoetwatervis/garnalen (mei 1941) en zeevis (augustus 1941). De brief verduidelijkt dat de verkoop niet meer vrij is, maar plaatsvindt via een strikt systeem van toewijzingen op de visafslag. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens deze jaren werd de voedselvoorziening steeds schaarser en werd nagenoeg alles "op de bon" gezet of strikt gereguleerd via de Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (waar de afkorting N.V.C. naar verwijst).
Het genoemde "Visscherijbesluit 1941" was een instrument van de bezetter en de Nederlandse bureauvratie om de handel in vis te centraliseren en zwarte handel tegen te gaan. De brief illustreert de verschuiving van een vrije markt naar een geleide economie, waarbij lokale overheden (zoals Apeldoorn) advies vroegen aan grotere centra (Amsterdam) over hoe deze complexe distributielijsten en commissies in de praktijk moesten worden ingericht.