Archiefdocument
Origineel
12 October 1942. Onbekend (ondertekend door "De Directeur", mogelijk van een rijksbureau of distributie-instantie). De Nederlandsche Visscherij-centrale, 2e Adelheidstraat 300, 's-Gravenhage. [Handgeschreven paraaf]
[Handgeschreven:] Verzonden 13/10
VD/HG.
46A/582/2 M.
12 October 1942.
de Nederlandsche Visscherij-
centrale,
2e Adelheidstraat 300,
's-Gravenhage.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 10 September jl.
No. 21361/Verd. bericht ik U, dat, in verband met den geringen
aanvoer van zeevisch, slechts toewijzingen worden verleend
aan de kleinhandelaren, die deze visch in verschen toestand
aan het publiek verkoopen.
J.F. Fafieanie was gewend om zijn visch te bakken en
aldus aan het publiek te verkoopen. Hiervoor kan hem thans geen
toestemming worden verleend, zoodat naar mijn meening aan zijn
verzoek niet kan worden voldaan.
De Directeur, * Taal en spelling: Het document is geschreven in de officiële Nederlandse spelling van vóór 1947 (de spelling-Marchant), herkenbaar aan woorden als "zeevisch", "verkoopen" en "zoodat".
* Inhoud: De kern van de brief is een afwijzing van een aanvraag voor visdistributie. Vanwege schaarste ("geringen aanvoer") wordt verse vis geprioriteerd boven bereide producten. Omdat de heer J.F. Fafieanie een visbakker is, komt hij niet in aanmerking voor een toewijzing.
* Uiterlijke kenmerken: Het betreft een doorslag op dun, grijs papier. Linksboven zijn ezelsoren en archiefkenmerken zichtbaar. De handgeschreven notitie "Verzonden 13/10" geeft aan dat de brief een dag na datering is verstuurd. De datum (oktober 1942) plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de bezetting was er in Nederland een nijpend tekort aan brandstof en voedsel. De visserij op de Noordzee was door de oorlogsvoering nagenoeg stilgevallen, waardoor vis een schaars goed werd. Alle voedseldistributie stond onder strikt toezicht van overheidsorganen zoals de Nederlandsche Visscherij-centrale. De weigering om vis aan een bakker te leveren kan ook te maken hebben met de schaarste aan bakvet en olie, die op dat moment eveneens streng gerantsoeneerd waren. De heer Fafieanie was waarschijnlijk een lokale ondernemer wiens levensonderhoud door deze beslissing direct in gevaar kwam. Fafieanie was (De heer) J.F. Fafieanie Rijksbureau