Archief 745
Inventaris 745-385
Pagina 249
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Afschrift van een officiële brief.

Van: Nederlandsche Visscherijcentrale, Afd. Secretariaat/Verd. ('s-Gravenhage).

Origineel

Afschrift van een officiële brief. Nederlandsche Visscherijcentrale, Afd. Secretariaat/Verd. ('s-Gravenhage). A f s c h r i f t .

No.46A/584/1 M.1942 11/9.
NEDERLANDSCHE
VISSCHERIJCENTRALE.
Afd.Secretariaat/Verd. DenHeer Burgemeester van de
Betreffende slechte Gemeente Amsterdam,
putillage Amsterdamsche te
Vischhal. Amsterdam.
No.21608 Afd.S/Ha.

                                   's-Gravenhage, 10 September 1942.

   Herhaaldelijk ontvangen wij bericht van verschillende handelaren hier te lande, dat visch, welke naar Amsterdam wordt gezonden, door U als niet meer bruikbaar wordt afgekeurd. Als hoofdoorzaak wordt genoemd de slechte outillage van de Amsterdamsche vischhal.

Wij krgen dienaangaande ook een schrijven van de firma Van Rijsbergen & Co. (Imex) te Ymuiden, met als inhoud:
" Van mijn firma Hartog Wijnschenkis deze week 400 pond bedorven aal afgekeurd. Deze aal kwam van Enkhuizen per auto, dus een tamelijk kort en snel traject. Verder zijn van deze firma in de laatste weken flinke partijen voren, blei enz. zoomede garnalen afgekeurd. Zooiets zou onder geen voorwaarde mogen voorkomen in een tijd van voedselschaarste als deze. Waar schuilt de fout? M.I. hierin; dat een zoo belnagrijke stedelijke markt voor zeer bederfelijke waren, als deze van de hoofdstad over geen geschikte en moderne koelinstaliatie beschikt. Immers de zoetwatervisch, paling, garnalen enz. worden hoofdzakelijk in den zomer aangevoerd en komen gewoonlijk 'savonds aan .Voor zulk waardevol voedsel zou er dan toch op deze markt een koelhuis moeten zijn. ? Lijkt U dit geval niet een onderzoek waard?"

Bij onze bezoeken aan Amsterdam hebben wij persoonlijk reeds meermalen op de slechte hoedanigheid van Uw vischhal gewezen. Het is toch niet juist, dat visch voor de stad Amsterdam moet worden opgeslagen in een houten loods zonder eenige koelinstallatie of ventilatie. Het is naar onze meening ontoelaatbaar, dat in dezen tijd van voedselschaarste voedsel verloren kan gaan, omdat in de grootste stad van het land geen geschikte plaats zou zijn te vinden voor den opslag.

Gaarne zullen wij van U vernemen, welke maatregelen door U kunnen worden getroffen.

                                  NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
                                         w.g.Haasnoot,
                                            Directeur.

                                  Voor eensluidend afschrift:
                                  NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
                                           w.g.A.Haasnoot. In deze brief beklaagt de Nederlandsche Visscherijcentrale zich bij de burgemeester van Amsterdam (destijds de door de bezetter aangestelde Edward Voûte) over de gebrekkige faciliteiten voor de opslag van vis in de hoofdstad. De centrale citeert een klacht van een handelaar uit IJmuiden die meldt dat grote hoeveelheden aal, witvis en garnalen bederven omdat de Amsterdamse vismarkt slechts over een "houten loods" beschikt zonder koeling of ventilatie.

De toon is dringend en kritisch. Er wordt direct verwezen naar de verantwoordelijkheid van het stadsbestuur om verspilling te voorkomen. Opvallend zijn de typefouten in het origineel (zoals "putillage" in de kantlijn, "krgen" en "belnagrijke"), wat duidt op een zekere haast bij het uittypen van dit afschrift. Het document dateert uit september 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Nederland kampte op dat moment met toenemende voedselschaarste en een streng distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherijcentrale was een door de Duitse bezetter gecontroleerd orgaan dat toezicht hield op de visserijsector.

De verspilling van 400 pond paling en andere partijen vis was in deze periode een ernstige zaak; voedsel was schaars en de volksgezondheid stond onder druk. De brief illustreert de logistieke problemen en de verwaarlozing van de infrastructuur tijdens de bezettingsjaren, waarbij zelfs essentiële voorzieningen in de hoofdstad niet voldeden aan de minimale eisen voor voedselveiligheid.

Samenvatting

In deze brief beklaagt de Nederlandsche Visscherijcentrale zich bij de burgemeester van Amsterdam (destijds de door de bezetter aangestelde Edward Voûte) over de gebrekkige faciliteiten voor de opslag van vis in de hoofdstad. De centrale citeert een klacht van een handelaar uit IJmuiden die meldt dat grote hoeveelheden aal, witvis en garnalen bederven omdat de Amsterdamse vismarkt slechts over een "houten loods" beschikt zonder koeling of ventilatie.

De toon is dringend en kritisch. Er wordt direct verwezen naar de verantwoordelijkheid van het stadsbestuur om verspilling te voorkomen. Opvallend zijn de typefouten in het origineel (zoals "putillage" in de kantlijn, "krgen" en "belnagrijke"), wat duidt op een zekere haast bij het uittypen van dit afschrift.

Historische Context

Het document dateert uit september 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Nederland kampte op dat moment met toenemende voedselschaarste en een streng distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherijcentrale was een door de Duitse bezetter gecontroleerd orgaan dat toezicht hield op de visserijsector.

De verspilling van 400 pond paling en andere partijen vis was in deze periode een ernstige zaak; voedsel was schaars en de volksgezondheid stond onder druk. De brief illustreert de logistieke problemen en de verwaarlozing van de infrastructuur tijdens de bezettingsjaren, waarbij zelfs essentiële voorzieningen in de hoofdstad niet voldeden aan de minimale eisen voor voedselveiligheid.

Kooplieden in dit dossier 2

A. Cuypstraat Waterlooplein 14.067
T. Katestraat Waterlooplein 7.554