Archief 745
Inventaris 745-385
Pagina 281
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

10 september 1942 Van: A. Hendriks Aan: Een onbekende functionaris (geadresseerd als "Mijnheer")

Origineel

10 september 1942 A. Hendriks Een onbekende functionaris (geadresseerd als "Mijnheer") 10-9-1942 Nº 464/585/1 M. 1942 ^1/9

Mijnheer

Daar ik uw gevraagd heb om mijn
toewijzing van gerookte aal
daar ik haast de oudste ben van
de visch markt en somers niet
anders heb gedaan als met gerookte
aal en dan begrijp ik niet waarom
ik niet in de verdeeling val
voor gerookte aal ik hoop
mijnheer als dat uw mij daarin
mede laat deelen bij voorbaat
mijn dank

Hoogachtingt
A Hendriks In dit schrijven beklaagt A. Hendriks zich over het feit dat hij buiten de distributie van gerookte paling is gevallen. De auteur hanteert een toon die zowel respectvol als aandringend is. Hij voert twee belangrijke argumenten aan voor zijn recht op een toewijzing:
1. Anciënniteit: Hij stelt dat hij bijna de oudste handelaar op de vismarkt is.
2. Specialisatie: Hij benadrukt dat hij in de zomermaanden uitsluitend in gerookte paling handelt.

Het taalgebruik is kenmerkend voor de tijd en de sociale status van de schrijver, met archaïsche spellingen zoals "visch markt" en "verdeeling", en een licht dialectische of informele zinsbouw ("als dat uw mij daarin mede laat deelen"). De afsluiting "Hoogachtingt" is een eigenzinnige variant op de standaard groet. De brief dateert van september 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste aan voedsel en brandstof groot en werden vrijwel alle goederen via een streng distributiesysteem (de "verdeeling") toegewezen. Voor een zelfstandig handelaar zoals Hendriks was het verkrijgen van een officiële toewijzing van cruciaal belang voor het voortbestaan van zijn onderneming. De brief biedt een inkijkje in de dagelijkse strijd van kleine ondernemers om hun nering te behouden onder het regime van de distributiestamkaarten en centrale toewijzingen.

Samenvatting

In dit schrijven beklaagt A. Hendriks zich over het feit dat hij buiten de distributie van gerookte paling is gevallen. De auteur hanteert een toon die zowel respectvol als aandringend is. Hij voert twee belangrijke argumenten aan voor zijn recht op een toewijzing:
1. Anciënniteit: Hij stelt dat hij bijna de oudste handelaar op de vismarkt is.
2. Specialisatie: Hij benadrukt dat hij in de zomermaanden uitsluitend in gerookte paling handelt.

Het taalgebruik is kenmerkend voor de tijd en de sociale status van de schrijver, met archaïsche spellingen zoals "visch markt" en "verdeeling", en een licht dialectische of informele zinsbouw ("als dat uw mij daarin mede laat deelen"). De afsluiting "Hoogachtingt" is een eigenzinnige variant op de standaard groet.

Historische Context

De brief dateert van september 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste aan voedsel en brandstof groot en werden vrijwel alle goederen via een streng distributiesysteem (de "verdeeling") toegewezen. Voor een zelfstandig handelaar zoals Hendriks was het verkrijgen van een officiële toewijzing van cruciaal belang voor het voortbestaan van zijn onderneming. De brief biedt een inkijkje in de dagelijkse strijd van kleine ondernemers om hun nering te behouden onder het regime van de distributiestamkaarten en centrale toewijzingen.

Kooplieden in dit dossier 2

A. Cuypstraat Waterlooplein 14.067
T. Katestraat Waterlooplein 7.554