Getypte brief (doorslag/carbonkopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag/carbonkopie). 2 oktober 1942. Onbekend (ondertekend als "De Directeur", mogelijk van een regionaal bureau of gerelateerde organisatie). De Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale, Den Haag. [In de linkerbovenhoek met blauw potlood/pen geschreven:]
Verzonden 2/10 Jmp
[Rechtsboven:]
vD/HB.
den Heer Directeur der Nederlandsche
Visscherijcentrale,
2e Adelheidstraat 300,
Den Haag.
46A/589/2 M. 2 October 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 12 September j.l. No.21787
Afd.V/Ve., bericht ik U, dat het niet gaat om het vergoeden van
kleine nadeelige vrachtverschillen, doch om het vergoeden van kleine
verschillen, ontstaan door onderwicht, prijsverschillen, ontstaan
door indrogen der aal, waardoor het wel eens voorkomt, dat de ge-
rookte aal voor een lagere prijsklasse moet worden verkocht, dan
door den inzender is aangegeven, diefstal enz.
Ik verzoek U mij alsnog te machtigen ook deze verschillen
uit het bekende " potje " te bestrijden.
De Directeur, De brief betreft een administratief verzoek om financiële verschillen te mogen vereffenen. De kern van de zaak is de handel in gerookte aal (paling). Door natuurlijke processen zoals 'indrogen' (verlies van vocht) kan de vis lichter worden tijdens transport of opslag. Hierdoor kan het product in een lagere gewichts- of prijsklasse terechtkomen dan de verzender oorspronkelijk had gefactureerd.
Naast dit natuurlijke verlies worden 'onderwicht' (gebrekkige weging) en 'diefstal' genoemd als redenen voor de tekorten. De afzender vraagt toestemming om deze gaten te dichten met middelen uit het "bekende 'potje'". Dit suggereert het bestaan van een informeel of formeel egalisatiefonds binnen de Visscherijcentrale om kleine operationele verliezen op te vangen zonder dat dit direct tot juridische procedures tussen verzenders en ontvangers leidt. Het document dateert uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een orgaan dat in 1941 door de bezetter werd ingesteld om de totale controle over de visserijsector te verkrijgen. Alles, van de vangst tot de prijsvorming en distributie, werd centraal geregeld om de voedselvoorziening (en de export naar Duitsland) te beheersen.
Omdat prijzen en marges strikt waren vastgelegd, waren handelaren zeer gevoelig voor kleine gewichtsverschillen; er was immers geen vrije markt om deze verliezen op te vangen. Het adres in de brief, de 2e Adelheidstraat 300 in Den Haag, was een bekend verzamelpunt voor diverse distributieorganen en rijksbureaus tijdens de oorlogsjaren. De handgeschreven notitie "Verzonden 2/10" bevestigt dat de brief op de dag van datering daadwerkelijk is uitgegaan.