Zakelijke correspondentie (brief)
Origineel
Zakelijke correspondentie (brief) 10 oktober 1942 Nederlandsche Visscherijcentrale, Afdeeling Prijzen Den Dienst van het Marktwezen, Amsterdam NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
AFDEELING Prijzen
BETREFFENDE fonds voor vracht No 483/589/2M
BERICHT OP SCHRIJVEN 2-10-42
BIJ ANTWOORD VERMELDEN 25295 Pr/Kr
BIJLAGEN ........... STUKS, T.W. ...........
's-GRAVENHAGE, 10 October 1942.
[Handgeschreven rechtsboven:] Jmp 19⁰
Den Dienst van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
AMSTERDAM (W).
[Paars stempel:] Nº 460/589/3 M. 1942
[Handgeschreven over stempel:] H. Schorer (?) / Hr. Jongbloed / Th Müller
Naar aanleiding van Uw nevenvermeld schrijven deelen wij U mede, dat de Nederlandsche Visscherijcentrale er niet mede accoord gaat, dat uit het fonds voor uitbetaling van vrachten, verschillen door onderwicht, indroging, diefstal enz. worden betaald.
Destijds is met Uwen Dienst afgesproken, dat op elke ½ kg verdeelde visch ten hoogste aan den kleinhandelaar ƒ 0,02 in rekening mag worden gebracht, om op die wijze een bedrag bijeen te brengen, waaruit de vrachten van de aanvoerders konden worden voldaan. Indien hiervan iets zou overblijven, zou de heffing op den kleinhandel worden verlaagd.
Daar het hier dus een kwestie van vrachtverrekening betreft, kunnen de door U genoemde posten daaruit niet worden voldaan. Bovendien zou dit in strijd zijn met den geest van de Prijzenbeschikking 1942 Zoetwatervisch. In de grossiersmarge en de marge voor den rooker is rekening gehouden met onderwicht en indrogen van aal, zoodat de groothandelaar betaald dient te worden, naar wat hij aan den afslag aflevert.
z.o.z.
ADELHEIDSTRAAT 300, 'S-GRAVENHAGE — POSTGIROREKENING 245271 — TELEGRAMADRES: NEDVISCEN
TELEFOON 720080, INTERCOMM. XX. VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE EN VISCHVERVOER 720060, TOESTEL 674 EN 722641
[Linksonder:] (A) 23393 - '42 - K 983 In dit document wijst de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) een verzoek van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen af. Het geschil draait om de besteding van een specifiek fonds dat wordt gevoed door een heffing van 2 cent per halve kilo vis.
De Dienst van het Marktwezen wilde dit geld blijkbaar gebruiken om operationele verliezen (zoals diefstal, uitdroging en ondergewicht) te dekken. De NVC stelt echter strikt dat dit fonds uitsluitend bedoeld is voor de vrachtkosten van de aanvoerders. De NVC beargumenteert dat marges voor handelaren (grossiers en rokers) al rekening houden met zaken als het indrogen van aal, en dat zij betaald moeten worden op basis van het gewicht dat zij daadwerkelijk afleveren bij de afslag. De brief dateert uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de economie strak gereguleerd via een systeem van 'dirigisme'. De Nederlandsche Visscherijcentrale was een semi-overheidsorgaan dat toezicht hield op de visserijsector, de distributie en de prijsvorming (hier specifiek refererend aan de Prijzenbeschikking 1942 Zoetwatervisch).
Schaarste aan voedsel maakte een nauwkeurige boekhouding en strikte prijsbeheersing noodzakelijk om zwarte handel te voorkomen en de voedselvoorziening te controleren. De Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam, het adres van de ontvanger, is de locatie van de Centrale Markthallen, destijds het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. De afkorting "z.o.z." onderaan geeft aan dat de brief op de achterzijde verderging, waarschijnlijk met een formele ondertekening.