Handgeschreven verzoekschrift (brief) aan een ambtelijke instantie.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift (brief) aan een ambtelijke instantie. 19 september 1942. Adriaan Casparus Johannes Thullijs (geboren 24-12-1900). [Bovenaan de pagina, stempels en nummers]
№ 46/608/1 M. 1942 21/9
[Paraaf]
Amsterdam. 19 Sept 1942.
[Hoofdtekst]
Mijn heer
Hier mede geeft Adriaan, Casparus, Johannes, Thullijs.
te kennen geboren 24-12-1900 te Amsterdam
En wonende aan de 3de Leliedw. str 3 II te Amsterdam.
Visventer van beroep.
Aangezien ik geen toewijzing heb voor verkoop vis
daar ik altijd speciaal in gerookte en gestoomde
vissoorten handelde en Mosselen. Zooverzoekt
de ondergeteekende, U beleefd voor een toewijzing
voor gerookte en gestoomde vissoorten in aanmerking
te mogen komen. Hopende een gunstig en spoedig
antwoord van U te mogen ontvangen.
Bij voorbaat mijne dank.
C. J. Thullijs
3de Leliedwarsstraat 3 II
Amsterdam.
[Kanttekeningen linksonder]
Oproepen voor gegevens
6-10-'42
dito en mededeeling
doen vrz. standplaats.
[Kanttekeningen rechtsonder in kader]
ventte vroeger met ger. visch + haring
[Rechterkolom in kader:] gegevens gezien gerookte visch HD
[Onderaan kader:] heeft toewijzing mosselen HD
[In rood potlood diagonaal over de rechterbenedenhoek]
afwijzen
22/10 '42 [Paraaf]
46/608/2 Het document is een formeel verzoek van A.C.J. Thullijs, een Amsterdamse visventer, gericht aan de autoriteiten (vermoedelijk de Dienst der Marktwezen of een verwante instantie belast met de voedselvoorziening tijdens de bezetting).
De schrijver verzoekt om een "toewijzing" (vergunning of toewijzing van handelswaar) voor gerookte en gestoomde vis. Hij motiveert dit door aan te geven dat dit altijd zijn specialiteit is geweest. Uit de ambtelijke aantekeningen blijkt dat hij op 6 oktober 1942 is opgeroepen voor nader onderzoek naar zijn gegevens en zijn standplaats.
Hoewel er in de aantekeningen wordt geconstateerd dat hij inderdaad ervaring heeft ("ventte vroeger met ger. visch") en reeds een toewijzing voor mosselen heeft, is het uiteindelijke verdict negatief. In scherp rood potlood is op 22 oktober 1942 "afwijzen" genoteerd. Dit document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (september/oktober 1942). Tijdens de Duitse bezetting van Nederland was de handel in levensmiddelen, waaronder vis, strikt gereguleerd door middel van distributie en vergunningsstelsels.
Zelfstandige ondernemers zoals visventers waren afhankelijk van officiële toewijzingen om goederen te mogen inkopen en verkopen. De schaarste aan brandstof (voor de visserij) en de beperkingen op de handel zorgden ervoor dat veel van dit soort verzoeken werden afgewezen om de centrale controle op de voedselketen te behouden. De 3e Leliedwarsstraat bevindt zich in de Jordaan, een buurt die indertijd veel kleine zelfstandigen en straatverkopers huisvestte. A.C.J. Thullijs J. Thullijs Marktwezen