Archief 745
Inventaris 745-385
Pagina 382
Dossier 24
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

11 november 1942. Van: C.J. Oud, woonachtig aan de Albert Cuypstraat 262 II, Amsterdam. Aan: De Weledele Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). 11 november 1942. C.J. Oud, woonachtig aan de Albert Cuypstraat 262 II, Amsterdam. De Weledele Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. [Bovenaan de pagina, stempel en nummers]
№ 46$^A$/622/3 M. 1942 $\frac{13}{11}$ (344)

[Rechtsboven]
Amsterdam 11 Nov. 1942

[Linksboven, handgeschreven aantekeningen]
oproepen
15-11-42
Dekker

$p. \frac{13}{11} 42$

[Adressering]
Den Wedele Heer Directeur
v.h. Marktwezen
te Amsterdam.

[Rechts van de adressering, paraaf]
v.d. Mey

[Aanhef]
Wedele Heer!

[Inhoud brief]
In verband met de afwijzende beschikking op zijn verzoek om een toewijzing voor gerookt visch meent ondergeteekende U het volgende te moeten berichten.

Sinds Sept. 1941 heeft hij een vaste standplaats op de markt a/d Albert Cuypstraat alhier.

Voor dien datum deed hij samen met K. Goldstein en verkochten zij samen veel gerookt visch.

Thans is aan bedoelde K. Goldstein wel een toewijzing voor gerookt visch toegewezen, terwijl dit aan hem, ondergeteekende, is afgewezen.

Waar volgens zijn bescheiden meening, hij hiervoor wel in aanmerking komt verzoekt hij Uedele beleefd hem alsnog een toewijzing te willen verleenen.

Gaarne zou hij hieromtrent een mondeling onderhoud met U willen hebben teneinde één & ander nader te kunnen toelichten.

[Afsluiting]
Hoogachtend
C.J. Oud
Albert Cuypstraat 262 $\underline{II}$

[Kantlijn links, in rood potlood]
N. v. Marktwezen advies inzake den verkoop v- ger. visch door C. J. Oud. 18-11-42 Dekker

[Onderaan, doorgehaalde en geparafeerde aantekeningen]
[Onleesbaar doorgehaald]
$p. \frac{18}{11} 42$

--- In deze brief protesteert C.J. Oud tegen een besluit van de Directie van het Marktwezen. Oud betoogt dat hij al sinds september 1941 een vaste plek op de Albert Cuypmarkt heeft. Zijn voornaamste argument is gebaseerd op rechtsgelijkheid: hij werkte voorheen samen met een zekere K. Goldstein in de handel in gerookte vis. Terwijl Goldstein wel een vergunning (toewijzing) heeft gekregen voor dit product, is die van Oud geweigerd.

De administratieve krabbels in de kantlijn onthullen de ambtelijke gang van zaken:
* De brief is op 13 november 1942 binnengekomen (stempel).
* Er is direct actie ondernomen ("oproepen 15-11-42") door een ambtenaar genaamd Dekker.
* De rode tekst in de kantlijn duidt op een intern advies van het Marktwezen over de zaak op 18 november 1942. Het document dateert uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De handel op de Amsterdamse markten was in deze periode strikt gereguleerd door zowel de gemeente als de bezetter.

De vermelding van de naam "K. Goldstein" is historisch saillant. In 1941 en 1942 werden Joodse marktkooplieden door de anti-Joodse maatregelen van de nazi's stelselmatig verdreven van de reguliere markten. Het feit dat Goldstein (een Joodse achternaam) op dat moment wel een toewijzing had en Oud niet, kan wijzen op de willekeur of de complexe overgangsfase van de vergunningverlening. Het document is een treffend voorbeeld van de strijd om het dagelijks bestaan in een tijd van schaarste en bureaucratische onderdrukking, waarbij een marktvergunning het verschil betekende tussen wel of geen inkomen.

Samenvatting

In deze brief protesteert C.J. Oud tegen een besluit van de Directie van het Marktwezen. Oud betoogt dat hij al sinds september 1941 een vaste plek op de Albert Cuypmarkt heeft. Zijn voornaamste argument is gebaseerd op rechtsgelijkheid: hij werkte voorheen samen met een zekere K. Goldstein in de handel in gerookte vis. Terwijl Goldstein wel een vergunning (toewijzing) heeft gekregen voor dit product, is die van Oud geweigerd.

De administratieve krabbels in de kantlijn onthullen de ambtelijke gang van zaken:
* De brief is op 13 november 1942 binnengekomen (stempel).
* Er is direct actie ondernomen ("oproepen 15-11-42") door een ambtenaar genaamd Dekker.
* De rode tekst in de kantlijn duidt op een intern advies van het Marktwezen over de zaak op 18 november 1942.

Historische Context

Het document dateert uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De handel op de Amsterdamse markten was in deze periode strikt gereguleerd door zowel de gemeente als de bezetter.

De vermelding van de naam "K. Goldstein" is historisch saillant. In 1941 en 1942 werden Joodse marktkooplieden door de anti-Joodse maatregelen van de nazi's stelselmatig verdreven van de reguliere markten. Het feit dat Goldstein (een Joodse achternaam) op dat moment wel een toewijzing had en Oud niet, kan wijzen op de willekeur of de complexe overgangsfase van de vergunningverlening. Het document is een treffend voorbeeld van de strijd om het dagelijks bestaan in een tijd van schaarste en bureaucratische onderdrukking, waarbij een marktvergunning het verschil betekende tussen wel of geen inkomen.

Kooplieden in dit dossier 2

A. Cuypstraat Waterlooplein 14.067
T. Katestraat Waterlooplein 7.554