Administratieve correspondentie / ambtelijk rapport.
Origineel
Administratieve correspondentie / ambtelijk rapport. Den Heer Inspecteur
Th. Barkhuijzen
Alhier
Ed., aan P. J. Oud is op de C.G.M. een vaste plaats
toegewezen voor den verkoop van geconserveerde
visch.
Vanaf Oct. jl. is hij namelijk zelfstandig
en staat hij.
Voordien was hij eenige maanden bij
kraamhouder Blomert, behulpzaam bij
den verkoop van geconserveerde visch.
In hoeverre een belangengemeenschap tus-
schen hen beiden bestaat, is mij niet
bekend.
Opgemerkt dient te worden, dat Oud,
voordat de geconserveerde visch in de
"verdeeling" is opgenomen, op zijn plaats
geregeld dit artikel verkocht.
[Linksonder, in een andere hand en deels diagonaal:]
Met com. besproken
aan P. J. Oud
kan worden bericht
dat hij voor een
enkele toewijzing
gecon. visch in aan-
merking komt
[Rechtsonder:]
Amst. 26 Nov. '42
[Handtekening, mogelijk Moerinks]
4-11-'42
de Haan De brief betreft een onderzoek naar de handelsstatus van P.J. Oud op de Centrale Groothandelsmarkt in Amsterdam. De ambtenaar rapporteert dat Oud sinds oktober 1942 zelfstandig is, terwijl hij daarvoor assisteerde bij een zekere Blomert. Er wordt specifiek gelet op twee zaken:
1. Onafhankelijkheid: Of er nog een zakelijke band (belangengemeenschap) is met zijn voormalige werkgever.
2. Historisch recht: Of Oud het artikel (geconserveerde vis) al verkocht voordat het door de oorlogsomstandigheden onder de distributieregels ("de verdeeling") viel.
Omdat Oud aan de voorwaarden lijkt te voldoen (hij verkocht het artikel al vóór de distributie), wordt er in de kantlijn besloten dat hij in aanmerking komt voor een toewijzing van de schaarse goederen. Dit document is een direct overblijfsel van de streng gereguleerde economie tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Door schaarste werden bijna alle levensmiddelen, inclusief geconserveerde vis, gerantsoeneerd via een distributiesysteem. De overheid (en de marktmeesters van de C.G.M.) hielden nauwgezet toezicht op handelaren om illegale handel te voorkomen en te bepalen wie recht had op de beperkte voorraden. De C.G.M. (Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat) was in die tijd de spil van de Amsterdamse voedselvoorziening.