Brief (ambtelijke correspondentie)
Origineel
Brief (ambtelijke correspondentie) 9 januari 1940 J. Rens Den Heer Inspecteur (waarschijnlijk de Marktinspecteur) Dapperstraat 9 Jan: 1940
Den Heer
Inspecteur
Hierbij zou ik U in overweging willen geven
het verzoek van Dhr: J. Blitz pl: n: 27, om
tijdens de wintermaanden uitstel plaats
bezetten, niet toe te staan, daar anders zeer
veel kooplieden met hetzelfde verzoek
komen, en dat nadeelig voor de markt is.
J. Rens In deze handgeschreven brief adviseert J. Rens (vermoedelijk een marktmeester of toezichthouder van de Dappermarkt) de Marktinspecteur over een verzoek van een individuele koopman, de heer J. Blitz. Blitz, die standplaats nummer 27 bezat, had blijkbaar gevraagd om zijn kraam tijdens de koude wintermaanden niet te hoeven bezetten (uitstel van bezettingsplicht).
Rens adviseert negatief op dit verzoek. Zijn argument is gebaseerd op het precedent-effect: als één koopman toestemming krijgt om weg te blijven bij slecht weer, zullen er velen volgen. Dit zou leiden tot een gatenkaas op de markt, wat de aantrekkelijkheid en het economisch functioneren van de markt als geheel zou schaden ("nadeelig voor de markt"). De brief is gedateerd op 9 januari 1940, slechts vier maanden voor de Duitse inval in Nederland. De Dappermarkt in Amsterdam-Oost was (en is) een van de belangrijkste volksmarkten van de stad.
De naam "Blitz" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in het toenmalige Amsterdam. Gezien de locatie (vlakbij de Joodse buurt) en de datum, krijgt dit zakelijke verzoek een historisch beladen lading. Veel Joodse marktkooplieden op de Dappermarkt zouden korte tijd later, onder de bezetting, geconfronteerd worden met beperkende maatregelen en uiteindelijk deportatie. In januari 1940 was de bedrijfsvoering op de markt echter nog een kwestie van gemeentelijke regels en economische continuïteit. Hierbij zou (Inspecteur) J. Blitz J. Rens