Handgeschreven brief (verzoekschrift) met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift) met ambtelijke kanttekeningen. 29 september 1942. C. Bos, Korte Tolstraat 2-III, Amsterdam. A'dam 29 Sept '42
Nº 46a/684/1 M. 1942 50/9 [stempel]
Wel Ed. Hr.;
[In de marge geschreven:]
vid mosselen
dossier
Gaarne zou ik
in aanmerking willen
komen voor rauwe
mosselen, mijn vergunning
luid voor haring, zuurwaren
en gerookte visch.
Hopende een gunstig
antwoord te ontvangen,
teken
Hoogachtend
C. Bos
Korte Tolstr. 2 III
[Ambtelijke aantekeningen onderaan de brief:]
Afgewezen
Is nog niet geweest
geen recht geweest
KB [paraaf] afwijzen.
[Stempel:] 12 OCT. 1942
[Linksonder:] 28/10/42 [paraaf] 46a/684/2
[Rechtsonder, schuin geschreven:]
Heeft vorig jaar
geen mosselen
verkocht
26-10-'42
[paraaf] In deze brief verzoekt C. Bos, een visverkoper uit de Korte Tolstraat in Amsterdam, om toestemming voor de verkoop van rauwe mosselen. Hij beschikt op dat moment al over een vergunning voor de handel in haring, zuurwaren en gerookte vis.
Het document illustreert de strikte bureaucratische afhandeling van dergelijke verzoeken. De ambtelijke kanttekeningen tonen een negatief advies aan. De reden voor de afwijzing is puur gebaseerd op historische gegevens: omdat de handelaar "vorig jaar geen mosselen verkocht", heeft hij er volgens de geldende regels geen "recht" op. De uiteindelijke beslissing ("afwijzen") is bekrachtigd met een paraaf en gedateerd op 26 oktober 1942. Het document dateert uit de herfst van 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste aan goederen groot en werd de handel volledig gereguleerd via een distributiesysteem en strikte vergunningen.
De overheid (onder toezicht van de bezetter) probeerde de beperkte voedselvoorraden te controleren. Nieuwe vergunningen werden zelden verleend; men hanteerde vaak de regel dat alleen handelaren die vóór de oorlog of in het voorgaande jaar in een bepaald product handelden, hun voorraad toegewezen kregen. Dit document is een direct bewijs van hoe deze regels de overlevingskansen van kleine zelfstandigen in volksbuurten zoals de Amsterdamse Pijp beïnvloedden. Zelfs een kleine uitbreiding van het assortiment met mosselen werd in de bureaucratische molen tegengehouden.