Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 12 oktober 1942 (datumstempel ontvangst). J.J.H.C. Louwen. WelEd. Heer Directeuren (waarschijnlijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke instantie). [Koptekst, linksboven gestempeld/geschreven:]
№ 46a/649/1 M. 1942 1/w
[Rechtsboven in potlood toegevoegd:]
ni. Mosselen
dossier
[Brieftekst:]
WelEd: Heer Directeuren
Daar ik al cirka 30 jaar met
mosselen vent en nu geen kaart
ken krijgen omdat ik verleden
jaar niet heb kunnen vent omdat
ik het Rematiek had en nu weer
goed ben zoo verzoek ik U Wel Ed:
beleefd om daar notitie van te
nemen zoo zijn er verscheidene
venters op heden die nog nooit
met mosselen hebben gevent en
nu wel een kaart hebben zoo
zag ik gaarne Uw welwillendheid
te gemoed
Hoogachtend
J J H C Louwen
Haarlemmerhouttuinen 77 huis
Stad
[Linksonder, blauwe datumstempel:]
12 OCT. 1942
[Linksonder, handgeschreven in potlood:]
is niet geweest.
moet dus opgeroepen
worden door de Politie
[Onderaan midden, groot in potlood:]
Z.O.Z.
[Rechtsonder, diagonaal geschreven in potlood:]
oproepen
23-10-42
[initialen/naam onleesbaar] * Taalgebruik: De schrijver hanteert een beleefde, enigszins formele toon ("WelEd: Heer Directeuren", "Uw welwillendheid te gemoed"), passend bij een verzoekschrift aan een officiële instantie. De spelling is fonetisch en vertoont kenmerken van een Amsterdamse volksbuurt-achtergrond (bijv. "Rematiek" in plaats van reumatiek, "ken" in plaats van kan).
* Inhoud: De heer Louwen klaagt dat hij geen ventvergunning ("kaart") voor mosselen krijgt, ondanks 30 jaar ervaring. De reden voor de weigering lijkt te liggen in het feit dat hij het voorgaande jaar niet heeft gevent vanwege ziekte. Hij kaart een gevoel van onrechtvaardigheid aan: onervaren venters krijgen wel een vergunning, terwijl hij als ervaren kracht wordt gepasseerd nu hij weer hersteld is.
* Administratieve afhandeling: De verschillende potloodnotities en stempels tonen de ambtelijke gang van het document. De opmerking "is niet geweest" suggereert dat Louwen mogelijk een eerdere oproep heeft gemist. Er wordt een nieuwe instructie gegeven om hem via de politie op te roepen op 23 oktober 1942. Dit document stamt uit oktober 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de distributie van voedsel en het verlenen van handelsvergunningen zeer strikt gereguleerd door de overheid en de bezetter.
De Haarlemmerhouttuinen was destijds een typische Amsterdamse volksbuurt nabij de Jordaan, waar veel kleine zelfstandigen en straatventers woonden. Voor een venter als de heer Louwen was het bezit van een vergunning essentieel voor zijn levensonderhoud, zeker in een tijd van schaarste en rantsoenering. Het feit dat de politie wordt ingezet om hem op te roepen voor een gesprek over zijn vergunning, onderstreept de strenge controle op de straathandel in oorlogstijd.