Archiefdocument
Origineel
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
JULIANA VAN STOLBERGPLEIN 3-4 'S-GRAVENHAGE
POSTGIROREKENING 245271 - TELEGRAMADRES: NEDVISCEN - TELEFOON 720080 - INTERCOMM. XX
VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE EN VISCHVERVOER TELEFOON 7200 60, TOESTEL 674, EN 72 26 41
Afd.Distr./Jur.Z./Verd. 's-Gravenhage 1 October 1942
Nº 24230/389
Betr:inhouding.
A A N
Belanghebbenden.
Hierdoor deelen wij U mede, dat indien in den ver-
volge een overtreding is begaan van een der Uit-
voeringsbesluiten der Nederlandsche Visscherijcen-
trale door een visscher of door een vischhandelaar,
de toewijzing van de distributiebescheiden of de
vischtoewijzing op den afslag moet worden inghou-
den voor onbepaalden tijd. Hieromtrent is met den
Centrale Crisis-Contrôledienst de volgende regeling
getroffen:
Zoodra een hoofdcontroleur of een districtleider
van den Centrale Crisis-Contrôledienst heeft gecon-
stateerd, dat een overtreding is begaan, stelt hij
zich in verbinding met den directeur van den visch-
afslag indien het een overtreding van een vischhan-
delaar betreft en met den agent indien een visscher
een overtreding heeft begaan. In onderling overleg
wordt dan nagegaan, of zal moeten worden overgegaan
tot onmiddellijke inhouding van distributiebeschei-
den of vischtoewijzing.
Mocht hierover verschil van meening bestaan, dan
dient de directeur of de agent zich direct met de
Centrale in verbinding te stellen, welke dan een be-
slissing zal nemen.
Aan de Centrale moet van een gedane inhouding door
den directeur of door den agent onverwijld kennis
worden gegeven; de Centrale bepaald dan, voor welken
termijn de inhouding zal geschieden en zal de in-
houding tevens bevestigen aan den belanghebbende.
Wij verzoeken U van het bovenstaande goede nota te
nemen en zien Uw accoordbevestiging per omgaande
tegemoet.
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
(getekend)
Mee/Vi.
(A) 19679 - '41 - K 983 Dit document is een officiële mededeling van de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC), gedateerd op 1 oktober 1942. Het doel van de brief is het informeren van belanghebbenden (zoals vissers, visvissers en afslagdirecteuren) over een aangescherpte handhavingsmaatregel.
De kern van de regeling is dat bij een overtreding van de regels van de NVC, de toewijzing van vis of de benodigde distributiebescheiden voor onbepaalde tijd kunnen worden ingenomen. Dit is een zware economische sanctie. De procedure hiervoor verloopt via de Centrale Crisis-Contrôledienst (CCD), die in overleg met lokale afslagdirecteuren of agenten besluit tot directe inhouding. De Centrale in Den Haag behoudt de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid over de duur van de sanctie.
De toon is zakelijk, dwingend en bureaucratisch, kenmerkend voor de bestuursstijl tijdens de bezettingsjaren. De spelling is de toen gebruikelijke spelling-De Vries en Te Winkel (bijv. "visscherij", "deelen"). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de gehele voedselvoorziening en economie onderworpen aan strikte regulering en distributie (bonnensysteem) om schaarste te beheersen en de Duitse oorlogsmachine te bevoorraden.
De Nederlandsche Visscherijcentrale was een zogenaamd 'publiekrechtelijk bedrijfslichaam', opgericht door de bezetter om de totale controle over de visserijsector te centraliseren. De Centrale Crisis-Contrôledienst (CCD) was het uitvoerende orgaan dat toezag op de naleving van economische wetgeving en de bestrijding van de zwarte handel.
Sancties zoals beschreven in dit document — het ontnemen van de mogelijkheid om te vissen of te handelen — waren krachtige instrumenten om de sector in het gareel te houden. Het feit dat dit in oktober 1942 gebeurde, een periode waarin de tekorten in Nederland nijpend begonnen te worden, onderstreept het belang dat de overheid hechtte aan de controle op de visaanvoer.