Afschrift van een rapport (getypt).
Origineel
Afschrift van een rapport (getypt). 17 november 1942. AFSCHRIFT.
No.46a ~~0~~712/4 M.1942 17/11
No.862 L.M.1942.
R A P P O R T .
H.Mul, Hofmeyrstraat 43 III, die opgeroepen werd om zijn werkvergunning te laten wijzigen omdat hij volgens den Directeur van het Marktwezen niet voor mosselentoewijzing inaanmerking komt. en dus niet meer met mosselen kan venten deelde het volgende mede.
Hij is oorspronkelijk haringventer; hij is daarmede door gebrek aan haring in 1940 geeindigd In den winter 1940/1941 is hij een mosselen-salon op de Zeedijk No.85 begonnen. Zomers verkocht hij daar ys. In den winter 1941/1942 heeft hij zijn salon verplaatst naar de 1e Oosterparkstraat 47. Deze salon heeft hij nog en hij leeft geheel van de opbrengst van de mosselen. Zijn omzet bedraagt zeker 20 balen per week zegt hij. Vroeger betrok hij de mosselen van Stoffels uit Tholen.
De man is als kleinhandelaar ingeschreven onder no.D.64482 te Den Haag, toonde een toewijzings kaartmosselen van de Vischmarkt alhier gedurende het jaar 1941 No.183 en gedurende het jaar 1942 No.313.
Hij beweert, dat de mededeeling, van den Directeur van het Marktwezen, dat hij verleden jaar slechts 13 balen mosselen in totaal heeft geladen op een vergissing moet berusten en wil gaarne herziening van de afwijzende beschikking,
Mijn insziens nader advies van den Directeur van het Marktwezen.
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak, Bad- en Zweminrichtingen stelt deze in handen van den Directeur van het Marktwezen om advies.
A'dam, 17 Nov.1942. * Kern van de zaak: De heer H. Mul dreigt zijn vergunning voor de handel in mosselen kwijt te raken. De Directeur van het Marktwezen stelt dat Mul vorig jaar slechts 13 balen mosselen heeft afgenomen, wat blijkbaar te weinig is om nog voor een toewijzing in aanmerking te komen.
* Verweer: Mul ontkent dit getal en stelt dat er sprake is van een vergissing. Hij voert aan dat hij 20 balen per week verkoopt en dat deze handel zijn enige bron van inkomsten is. Hij toont bewijsstukken (toewijzingskaarten) van de Vis markt uit 1941 en 1942.
* Historische details: Het document geeft een inkijkje in de kleine middenstand tijdens de bezetting. Door schaarste (geen haring meer in 1940) moesten ondernemers creatief zijn, zoals het openen van een "mosselen-salon" en het verkopen van ijs in de zomer.
* Bureaucracie: De zaak wordt geëscaleerd naar de Wethouder voor Levensmiddelen, die de zaak voor advies terugstuurt naar de Directeur van het Marktwezen. Dit document stamt uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de distributie van voedsel strikt gereguleerd door de overheid (via het Marktwezen). Ambtenaren hadden grote macht over het voortbestaan van kleine ondernemers door het al dan niet toekennen van vergunningen en toewijzingen van schaarse goederen.
Een belangrijk detail is het adres van H. Mul: Hofmeyrstraat 43 III. Deze straat ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Dit was een buurt die door de bezetter was aangewezen als onderdeel van de "Joodse wijken". Hoewel de naam "Mul" niet specifiek Joods hoeft te zijn, was de bureaucratische uitsluiting van ondernemers in deze wijken vaak een voorbode of onderdeel van de bredere Jodenvervolging. Zelfs als de ondernemer niet Joods was, laten de strikte controles op "omzet" en "werkvergunningen" zien hoe precair het dagelijks leven en de voedselvoorziening in oorlogstijd waren. De mosselen kwamen destijds veelal uit Zeeland (Tholen), een sector die ook zwaar onder druk stond door de verdedigingswerken van de Atlantikwall.