Handgeschreven zakelijke brief / verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven zakelijke brief / verzoekschrift. 4 oktober 1942. A.C.J. Hultijs, gevestigd aan de 3de Leliedwarsstraat 3 II te Amsterdam. [Stempel/kenmerk linksboven:]
№ 46ª/718/1 M. 1942 5/10
[Aantekening rechtsboven:]
mi com. v.
Visscherij
Amsterdam
4 October 1942
Mijnheer.
Hiermede geeft Ondergetekende U te kennen dat ik
op 19 Sept 1942 jl. een verzoek heeft ingediend. Voor het
in aanmerking te mogen komen van de verdeling
In Gerookte en gestoomde Vissoorten.
Aangezien ik daar jaren in handel en speciaal daarvoor
ben ingericht. Nu reeds mijn straat vergunning heeft ingeleverd
en een Standplaats heeft gekregen op het Stadionplein.
Zoo hoop ik nu door U bemiddeling aan de verdeling deel
te mogen nemen.
Zoo teken ik Hoogachtend.
Uw dw. dr.
A.C.J. Hultijs.
3de Lelie dwarsstraat 3 II
Amsterdam
C. In deze brief verzoekt de heer A.C.J. Hultijs om te worden opgenomen in het distributienetwerk voor gerookte en gestoomde vis. Hij verwijst naar een eerder ingediend verzoek van 19 september 1942. Als argumenten voert hij aan dat hij reeds jarenlange ervaring heeft in deze specifieke handel en de benodigde inrichting/materialen bezit.
Een belangrijk detail in de brief is dat Hultijs zijn "straat vergunning" heeft ingeleverd in ruil voor een vaste standplaats op het Stadionplein in Amsterdam. Dit duidt op een gedwongen of gewenste overstap van ambulante handel (venten langs de deuren) naar een vaste locatie, wat vaker voorkwam tijdens de bezettingsjaren om de handel beter te kunnen reguleren. Het document dateert uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van schaarste en een strikt distributiesysteem voor voedsel. De handel in vis viel onder het toezicht van overheidsorganen (zoals het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd).
Handelaren waren volledig afhankelijk van officiële toewijzingen ("de verdeling") om hun vak uit te kunnen oefenen. Zonder opname in dit systeem konden zij geen voorraad inkopen. De brief illustreert de bureaucratische strijd van kleine zelfstandigen om hun broodwinning te behouden in een tijd van rantsoenering en centrale controle. De aantekening "Visscherij" rechtsboven suggereert dat de brief behandeld is door een commissie of afdeling die specifiek over de vissector ging.