Doorslag (carbonkopie) van een officiële brief.
Origineel
Doorslag (carbonkopie) van een officiële brief. 12 october 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Visscherijcentrale of een aanverwant bureau). [Links boven:]
46A/732/1 M.
[Rechts boven:]
HG.
12 October 1942.
[Handgeschreven in blauw:]
Verzonden mpo
[Adres:]
den Heer J. Bras,
Haringpakkerssteeg 6,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 8.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 16 September
jl. deel ik U mede, dat na onderzoek door de door de Vissche-
rijcentrale ingestelde Commissie is gebleken, dat U niet voor
een toewijzing van zeevisch in aanmerking kunt komen.
Aan Uw verzoek kan derhalve geen gevolg worden
gegeven.
[Ondertekening:]
De Directeur,
w.g. Lieburgh [handtekening] De brief is een formeel antwoord op een verzoek van de heer J. Bras uit Amsterdam. Bras had op 16 september 1942 schriftelijk verzocht om een "toewijzing van zeevisch". Uit de afwijzing blijkt dat er een specifieke "Commissie" binnen de Visscherijcentrale verantwoordelijk was voor het beoordelen van dergelijke aanvragen. De toon is kort, zakelijk en bureaucratisch, wat typerend is voor officiële correspondentie uit die periode. Het gebruik van de afkorting "w.g." (was getekend) duidt erop dat dit een archiefexemplaar is en niet de originele brief die naar de geadresseerde is verstuurd. Dit document stamt uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en stond de gehele voedselvoorziening onder streng toezicht van de overheid (en de bezetter).
De Visscherijcentrale was het centrale orgaan dat de vangst, distributie en prijzen van vis reguleerde. Omdat veel producten op de bon waren of centraal werden toegewezen aan handelaren, moest men officiële vergunningen of toewijzingen hebben om in bepaalde goederen te mogen handelen of deze te mogen ontvangen. De Haringpakkerssteeg in Amsterdam, waar de heer Bras woonde/werkte, is historisch gezien een plek die nauw verbonden is met de vishandel (nabij de voormalige Haringpakkerstoren), wat suggereert dat de heer Bras mogelijk een kleine handelaar of detaillist was die probeerde zijn voorraad aan te vullen in een tijd van distributie en schaarste. De afwijzing was in die tijd eerder regel dan uitzondering, gezien de beperkte middelen die beschikbaar waren voor de civiele bevolking. J. Bras