Typoscript (doorslag van een zakelijke brief) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Typoscript (doorslag van een zakelijke brief) met handgeschreven kanttekeningen. 9 oktober 1942. De Directeur (vermoedelijk van een regionale keuringsdienst of visafslag). [Handgeschreven, bovenaan midden:] Inm
[Handgeschreven, linksboven:] Verzonden
[Handgeschreven, midden:] 9/10
vD/HB.
Den Heer Directeur der Nederlandsche
Visscherijcentrale,
2e Adelheidstraat 300,
Den Haag.
46A/738/1 M. 9 October 1942.
Hiermede bericht ik U, dat op 6 October 1942 door de grossiers Gebr.v.d.Berg uit Makkum en W.en A.Visser uit Heeg, twee partijen zoetwatervisch zijn aangevoerd, welke partijen door keurmeester Snoek zijn afgekeurd.
De zoetwatervisch was niet in ijs verpakt. Ware dit wel het geval geweest, dan had mijns inziens deze visch niet behoeven te worden afgekeurd.
Ik moge U verzoeken te bevorderen, dat de betreffende grossiers op de ondeskundige wijze, waarop zij hun visch inzenden en waardoor kostbaar voedsel verloren gaat, wordt gewezen.
De Directeur, De brief betreft een officiële melding van de afkeuring van twee partijen zoetwatervis. De reden voor afkeuring door keurmeester Snoek was het gebrek aan koeling; de vis was niet in ijs verpakt tijdens het transport vanuit Makkum en Heeg.
De schrijver uit zijn ongenoegen over de werkwijze van de betreffende grossiers (Gebr. v.d. Berg en W. & A. Visser). Hij benadrukt dat de afkeuring voorkomen had kunnen worden en dat de huidige werkwijze leidt tot de verspilling van "kostbaar voedsel". Hij verzoekt de centrale directie in Den Haag om de grossiers hierop aan te spreken. Het document dateert uit oktober 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Nederlandsche Visscherijcentrale" was in die tijd een belangrijk orgaan dat de distributie en prijsvorming van vis reguleerde onder toezicht van de bezetter.
De opmerking over "kostbaar voedsel" moet gezien worden in het licht van de toenemende voedselschaarste en de rantsoenering tijdens de oorlogsjaren. Elke vorm van bederf door nalatigheid werd in deze periode als een ernstige zaak beschouwd, omdat de voedselvoorziening onder grote druk stond. De locaties Makkum en Heeg wijzen op visserijactiviteiten in de Friese wateren en het IJsselmeer. A. Visser