Officieel rapport (Rapport T.)
Origineel
Officieel rapport (Rapport T.) 8 oktober 1942 R A P P O R T.
Aan den Heer Directeur van het Marktwezen.
Op heden, 8 October 1942 vervoegde zich op het terrein van de vischmarkt bij mij de kleinhandelaar Triest. Deze deelde mij mede, dat zijn zoon als "mosselenkooker" te weinig mosselen werden toegewezen. Evenals de gewone vischhandelaren ontvangt hij 3 balen per beurt, terwijl hem meer toekomt, aldus Triest.
Ik deelde Triest mede, dat in verband met den geringen aanvoer aan geen enkelen mosselenhandelaar meer dan drie balen mosselen per keer kunnen worden toegewezen.
Triest deelde daarop mede, met een dergelijke regeling niet accoord te kunnen gaan. Waarschijnlijk omdat hij geen genoegdoening kreeg, kwam hij met een tweede klacht. Hij zou gisteren, dus op 7 October 1942, op de hem toegewezen drie balen Zeeuwsche mosselen 16 kg te weinig hebben ontvangen. Hij had zich reeds met zijn klacht tot Lammers gewend, doch deze had zijn klacht ongegrond verklaard. Ik ben toen met Triest naar het mosselenkantoor gegaan en vernam daar van Lammers, dat Triest zeer onbehoorlijk was opgetreden. Hij had Lammers verweten onbetrouwbaar te zijn, omdat Lammers niet wilde toegegeven, dat hij te weinig mosselen zou hebben ontvangen.
In mijn tegenwoordigheid begon Triest weer op zeer onbehoorlijke wijze tegen de commissieleden te pakken.
Lammers was onbetrouwbaar en had het vorig jaar met de aaltoewijzing gezwendeld. Toen de aal nl. den eersten keer verdeeld werd is op de auto van Kobus Visser een kist aal aangetroffen bestemd voor Klaas Lammers.
"Kees van Zanten", aldus Triest, "ook een lid van de verdeelingscommissie, is een dief. Hij heeft mij het vorig jaar 10 ct. op een kg zure mosselen te veel laten betalen". Toen ik Triest er op wees, dat deze beschuldigingen door mij aan den Directeur van het Marktwezen zouden worden gerapporteerd, voegde hij mij toe: "U doet maar, U is/toch /het in alles eens met de commissie".
Triest stelde daarop de eisch, dat voortaan de mosselen zouden worden voorgewogen.
Toen ik hem er op wees dat niet enkel voor hem de mosselen konden worden voorgewogen, doch dat dit dan voor alle handelaren zou moeten geschieden en dat juist op verzoek van de handelaren het voorwegen was stopgezet, gaf hij met een vloed van woorden te kennen, dat hij zich niet langer liet bezwendelen, hij zou wel naar de justitie gaan enz.
Na het mosselenkantoor te hebben verlaten probeerde hij de voor het kantoor aanwezige kleinhandelaren - zeker een man of veertig, welke op hun bon stonden te wachten - tegen de commissie en tegen mij op te ruien, daarbij maar steeds herhalende, dat de kooplieden onderwicht kregen en dat Van Zanten hem met de levering van zure mosselen bestolen had.
Mij voegde hij buiten het mosselenkantoor nog toe, dat ik met een eerlijk mensch zooals hij was, niets te doen wilde hebben, doch wel met de "smuigers" van de vischmarkt.
De kooplieden gaven eenparig te kennen, dat zij het, wat betreft het voorwegen, niet met Triest eens waren, aangezien [einde pagina] * Conflict: Het document beschrijft een escalerend conflict tussen een individuele handelaar (Triest) en de officiële instanties die de vis- en mosselverkoop reguleerden. De kern van het conflict is de schaarste (slechts 3 balen toewijzing) en het wantrouwen over de geleverde hoeveelheden (onderwicht).
* Beschuldigingen: Triest uit zware beschuldigingen van corruptie en diefstal ("gezwendeld", "dief", "smuigers") tegen leden van de verdeelingscommissie (Lammers, Van Zanten).
* Handhaving: De rapporteur probeert de orde te handhaven door te wijzen op de regels en het feit dat de handelaren zelf eerder hadden gevraagd om te stoppen met het tijdrovende voorwegen.
* Sociale Dynamiek: De poging van Triest om de overige veertig wachtende handelaren op te ruien tegen de commissie mislukt, omdat de andere handelaren de voorkeur geven aan snelheid boven de nauwkeurigheid van het wegen. Dit document is gedateerd op 8 oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een strikt distributiesysteem vanwege voedseltekorten. De toewijzing van goederen zoals mosselen en aal werd strikt gereguleerd door lokale marktinstanties en commissies.
Dergelijke rapporten zijn illustratief voor de spanningen aan de basis van de economie: handelaren voelden zich vaak benadeeld door de bureaucratie of verdachten functionarissen van vriendjespolitiek of zwarte handel. De termen "mosselenkantoor" en de rol van de "Directeur van het Marktwezen" duiden op een gecentraliseerd toezicht dat typisch was voor de oorlogseconomie. De dreiging van Triest om naar "de justitie" te stappen is opmerkelijk gezien de complexe juridische situatie tijdens de bezetting.