Ambtsnotitie / Verslag van een verhoor of bespreking.
Origineel
Ambtsnotitie / Verslag van een verhoor of bespreking. 12, 14 en 17 oktober 1942. [Linkerkolom]
Friest 12-10-’42 bezoek
bij mij gebracht (niet opgeroepen)
Geklaagd over:
1e. Tekort op 3 balen
mosselen van 16 kg
2e. Zijn zoon komt voor
3 balen mosselen in aanmerking
terwijl andere 4 krijgen
3e. Vorige jaar heeft Ten
Lants, hem te hoogere prijs
voor zijne mosselen in
rekening gebracht. Deze
zaak destijds bij prijsbe-
heersching aangebracht terwijl
hij deze aangelegenheid
thans nog verder met
N.T.C. behandelt (?)
De eerste twee punten zullen
maandag nader worden onderzocht.
Het laatste punt is reeds elders
in onderzoek.
Bij het onderhoud, waarin
zijn optreden ter sprake
komt, erkent Friest op
de v.m. gezegd te hebben dat
[Rechterkolom boven]
Ten Lants, Lammers c.s.
dieven zijn. Hij herhaalt
deze beschuldiging ook
thans meer en meent het
recht te hebben op te treden
zooals hij gedaan heeft.
Medegedeeld dat tegen
hem strafmaatregelen zullen
worden getroffen.
Bij het onderhoud trad
Friest bruusk op.
17-10-42
[Paraaf]
[Rechterkolom onder]
Insp
a. Onderzoek naar punten
1 & 2
b. Wordt door Ten Lants, Lammers
c.s. aanklacht tegen
Friest ingediend? Zoo neen,
waarom niet?
14-10-42
y Het document is een verslag van een ambtenaar of inspecteur (waarschijnlijk van de Prijsbeheersing of een economische controledienst) over een ontmoeting met een zekere heer Friest.
Friest heeft drie klachten:
1. Een gewichtstekort bij een levering mosselen.
2. Een ongelijke verdeling van toewijzingen (zijn zoon kreeg minder balen dan anderen).
3. Een vermeende prijsmishandeling door Ten Lants in het voorgaande jaar.
Opvallend is de escalatie in het gesprek. Friest beschuldigt zijn opponenten (Ten Lants en Lammers) expliciet van diefstal ("dieven zijn"). De rapporteur noteert dat Friest "bruusk" optrad en dat hij niet van plan is zijn woorden in te trekken. Dit leidt tot de conclusie dat er strafmaatregelen tegen Friest zelf overwogen worden vanwege zijn optreden of valse beschuldigingen, terwijl tegelijkertijd een onderzoek wordt ingesteld naar zijn materiële klachten. Het document dateert uit oktober 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van een distributiesysteem en strenge prijsbeheersing om de schaarste te beheersen. De "N.T.C." waarnaar verwezen wordt, zou kunnen duiden op een overkoepelend orgaan in de visserij- of handelssector.
De tekst illustreert de onderlinge spanningen in de handel tijdens de oorlog: beschuldigingen van voortrekkerij, zwarte handel (te hoge prijzen) en persoonlijke vetes die via officiële instanties werden uitgevochten. De inspecteur onderzoekt of de beschuldigde partijen (Ten Lants en Lammers) aangifte willen doen tegen Friest, wat wijst op een juridische afhandeling van de laster of het wangedrag tijdens het verhoor.