Archief 745
Inventaris 745-386
Pagina 323
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Officiële brief/correspondentie.

14 oktober 1942. Van: Nederlandsche Visscherijcentrale, Afdeeling Verdeeling ('s-Gravenhage). Aan: Den Heer Directeur van het Marktwezen (Amsterdam).

Origineel

Officiële brief/correspondentie. 14 oktober 1942. Nederlandsche Visscherijcentrale, Afdeeling Verdeeling ('s-Gravenhage). Den Heer Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE

AFDEELING: Verdeeling.
BETREFFENDE: M. Gerritse.
BERICHT OP SCHRIJVEN: ...........
BIJ ANTWOORD VERMELDEN: 25808/Verd./Ian.
BIJLAGEN: ........... STUKS, T.W.

'S-GRAVENHAGE, 14 October 194 2.

Den Heer Directeur van het Marktwezen.
Jan van Galenstraat 14.
AMSTERDAM.-

[Stempel/Handschrift:] No 46/760/1 M. 1942 15/10 [Onleesbaar handschrift: "Zie advies van de..."]

Hiermede berichten wij U, dat de Heer M. Gerritse, volgens ons ter beschikking staande gegevens, geen enkele toewijzing heeft bij een afslag of groothandelaar, weshalve mag worden aangenomen, dat hij de door hem verkochte visch op illegale wijze heeft betrokken.

NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
[Handtekening]

[Handgeschreven notities onderaan:]
Doorsture aan C.C.D.
afschrift van dezen brief
Vo. [Gevolgd door handtekeningen/paraaf]
30-10-42
[Paraaf]

ADELHEIDSTRAAT 300, 'S-GRAVENHAGE — POSTGIROREKENING 245271 — TELEGRAMADRES: NEDVISCEN
TELEFOON 720080, INTERCOMM. XX. VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE EN VISCHVERVOER 720060, TOESTEL 674
EN 722641
[Logo] 23393 - '42 - K 983 Dit document is een formele melding van de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) aan de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam betreffende een zekere heer M. Gerritse. De kern van de brief is een beschuldiging van economische fraude: Gerritse verkoopt vis, maar staat niet geregistreerd voor officiële toewijzingen bij afslagen of groothandels. De logische conclusie van de instantie is dat de vis via het illegale circuit (de zwarte markt) verkregen moet zijn.

De brief bevat diverse ambtelijke kenmerken, zoals referentienummers en stempels. Onderaan zijn handgeschreven instructies zichtbaar om een kopie van de brief door te sturen naar de C.C.D. (Centrale Crisis Controle Dienst), de instantie die tijdens de oorlog belast was met de opsporing van economische delicten en zwarte handel. De brief dateert uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van extreme schaarste en een streng distributiesysteem voor voedsel. De Nederlandsche Visscherijcentrale was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat de gehele keten van vangst tot consumptie reguleerde om de voedselvoorziening te beheersen (en vaak ook om een groot deel van de vangst naar Duitsland te dirigeren).

Handel buiten dit officiële systeem om werd streng bestraft. De zwarte handel was echter wijdverbreid omdat de officiële rantsoenen vaak onvoldoende waren. Documenten als deze tonen de bureaucratische controle aan die werd uitgeoefend om de informele economie de kop in te drukken en de totale controle over de voedselstromen te behouden. De vermelding van de C.C.D. onderaan de brief bevestigt dat dergelijke zaken werden overgedragen aan de opsporingsdiensten voor verdere vervolging.

Samenvatting

Dit document is een formele melding van de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) aan de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam betreffende een zekere heer M. Gerritse. De kern van de brief is een beschuldiging van economische fraude: Gerritse verkoopt vis, maar staat niet geregistreerd voor officiële toewijzingen bij afslagen of groothandels. De logische conclusie van de instantie is dat de vis via het illegale circuit (de zwarte markt) verkregen moet zijn.

De brief bevat diverse ambtelijke kenmerken, zoals referentienummers en stempels. Onderaan zijn handgeschreven instructies zichtbaar om een kopie van de brief door te sturen naar de C.C.D. (Centrale Crisis Controle Dienst), de instantie die tijdens de oorlog belast was met de opsporing van economische delicten en zwarte handel.

Historische Context

De brief dateert uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van extreme schaarste en een streng distributiesysteem voor voedsel. De Nederlandsche Visscherijcentrale was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat de gehele keten van vangst tot consumptie reguleerde om de voedselvoorziening te beheersen (en vaak ook om een groot deel van de vangst naar Duitsland te dirigeren).

Handel buiten dit officiële systeem om werd streng bestraft. De zwarte handel was echter wijdverbreid omdat de officiële rantsoenen vaak onvoldoende waren. Documenten als deze tonen de bureaucratische controle aan die werd uitgeoefend om de informele economie de kop in te drukken en de totale controle over de voedselstromen te behouden. De vermelding van de C.C.D. onderaan de brief bevestigt dat dergelijke zaken werden overgedragen aan de opsporingsdiensten voor verdere vervolging.

Kooplieden in dit dossier 9

A. Goldberg Uilenburg
M. v. d. Heijden Uilenburg
A v Duinhof Uilenburg
C. Blanken Uilenburg
H. Westerveld Uilenburg
J. de Nobel Uilenburg
T. Heefkerk Uilenburg
G. Slappendel Uilenburg

Gerelateerde Documenten 2