Ambtelijke of formele notitie/briefkaart.
Origineel
Ambtelijke of formele notitie/briefkaart. Ongedateerd, maar verwijst naar een verzoek van de "15 dezer" (15e van de huidige maand). Vermoedelijk midden 20e eeuw. [Linksboven in rood potlood:]
UvA/76/1/1
[Bovenaan de pagina:]
Bericht af
Marie Janse cs.
inzake Haag. Scheff.
meisjes verkoop
[Midden van de pagina, naam rood onderstreept:]
Marie Janse
[Doorgehaalde horizontale lijn]
In antwoord op
uw mondeling verzoek
d.d. 15 dezer deel
ik U mede dat de
zaak opnieuw onder de
oogen is gezien maar
dat geen aanleiding is
gevonden om de genomen
beslissing te herzien.
herzien.
[Paraaf rechtsonder in rood:]
LvH [?]
[Kantlijn links, verticaal geschreven:]
Lom is aan merk te kennen geven
dat de levering van morgenvroeg Het document is een formele afwijzing van een verzoek tot heroverweging. De schrijver reageert op een mondeling verzoek dat op de 15e van de lopende maand is gedaan met betrekking tot de zaak van "Marie Janse cs." (cum suis - en de haren/metgezellen).
De kernboodschap is dat de zaak opnieuw is beoordeeld ("onder de oogen gezien"), maar dat er geen reden is gevonden om de eerder genomen beslissing te veranderen ("herzien"). De termen in de kop ("Haag. Scheff." en "meisjes verkoop") zijn cruciaal; "meisjesverkoop" was een vroege 20e-eeuwse term voor vrouwenhandel of gedwongen prostitutie. De toevoeging "Haag. Scheff." zou kunnen verwijzen naar een Haagse instantie of een specifieke functionaris genaamd Scheffer.
De tekst in de kantlijn lijkt een administratieve of logistieke instructie ("levering van morgenvroeg"), wat suggereert dat dit document circuleerde binnen een organisatie die ook fysieke goederen of dossiers beheerde. Dit document bevindt zich in de collecties van de Universiteit van Amsterdam (mogelijk de Bijzondere Collecties). De aard van de inhoud – een beslissing over een dossier aangaande "meisjesverkoop" – duidt op een herkomst uit een archief van de zedenpolitie, een voogdijinstelling of een organisatie voor maatschappelijk werk (zoals de 'Stichting voor het Kind' of de 'Commissie voor het Onderzoek naar den Meisjesverkoop'). In de eerste helft van de 20e eeuw was er grote maatschappelijke bezorgdheid over de zogenaamde "blanke slavinnenhandel", wat leidde tot strikte surveillance en dossiervorming over vrouwen die in de prostitutie belandden of daarvan verdacht werden.