Inspectierapport van de Crisis Controle Dienst (C.C.D.).
Origineel
Inspectierapport van de Crisis Controle Dienst (C.C.D.). 13 oktober 1942. Nº 46ª/762/1 M. 1942 16/10
Aan de Directie van het Slachthuis te Amsterdam. Jan van Galenstraat.
m. Trap [?]
Rapport
Naar aanleiding van een bericht (dd 8-10-42) van den Heer v. Duinkerken aan den Heer Visscher, D.L. C.C.D. te Amsterdam betreffende de fa Tofani te Amsterdam, is hierna door mij A Hoogveen, controleur C.C.D. een onderzoek ingesteld. Hierbij is gebleken dat:
1º Den J. G. Tofani, geb 2-8-07, de zaakvoerende in perceel Egelantierstraat 83-85, wordt, hoewel hij wel een bakinrichting heeft, in geen geval visch gebakken, hetgeen is te constateeren aan de hand van de toestand waarin de bakinrichting verkeert; zooals, drooge, bemorste oliebakken, bemorste druiprekken, terwijl in het bedrijf geen olie aanwezig is.
2º Wat betreft het steeds vernemen van lucht alsof er visch gebakken is, in beide keren dat ik sedert kort in het bedrijf ben geweest werd door mij geen visch aangetroffen, evenzo ook tegenover de mededeeling.
Resumerend is de klacht dat Tofani bakt, en nog wel geregeld, ongegrond.
Amsterdam 13 October 1942
de Controleur C.C.D.
A Hoogveen [handtekening]
Gezien 19-10-42
Alkan [handtekening]
517 Dit document is een officieel rapport van de Crisis Controle Dienst (C.C.D.) uit de Tweede Wereldoorlog. De C.C.D. was belast met het toezicht op de naleving van de distributiewetten en het bestrijden van de zwarte handel.
In dit specifieke geval heeft een zekere heer Van Duinkerken een klacht ingediend tegen de firma Tofani in de Egelantierstraat in de Amsterdamse Jordaan. De beschuldiging luidde dat Tofani illegaal vis bakte (en dus waarschijnlijk handelde in schaarse goederen zoals bakolie en vis buiten het bonnensysteem om).
Controleur Hoogveen concludeert na inspectie dat de klacht ongegrond is. Hij voert hiervoor fysiek bewijs aan: de bakapparatuur is droog en vuil (niet recent gebruikt), er zijn "bemorschte druiprekken" maar geen verse olie, en er is op dat moment helemaal geen olie in het pand aanwezig. Ook heeft hij bij twee bezoeken geen vislucht waargenomen. Het rapport dateert van oktober 1942, een periode waarin de schaarste in bezet Nederland steeds nijpender werd. Vetten en oliën waren strikt gerantsoeneerd. Het illegaal bakken van vis was een lucratieve maar riskante bezigheid op de zwarte markt.
De familie Tofani was een bekende Italiaans-Amsterdamse familie, vooral bekend van de ijshandel, maar ze dreven blijkbaar ook andere voedselgerelateerde zaken in de Jordaan. Dat burgers elkaar aangaven bij instanties als de C.C.D. (al dan niet terecht) kwam veelvuldig voor tijdens de bezetting, vaak uit nijd of concurrentieoverwegingen.
De C.C.D. werkte onder auspiciën van het Departement van Landbouw en Visserij (vandaar de afkorting D.L. in de tekst). De opmerking bovenin betreffende de "Directie van het Slachthuis" suggereert dat dit rapport mogelijk onderdeel was van een breder dossier over voedselvoorziening en controle in Amsterdam, waarbij de Jan van Galenstraat (waar de centrale markthallen en het slachthuis gevestigd waren) het administratieve middelpunt vormde. A. Hoogveen G. Tofani Hoogveen concludeert (Controleur) J.G. Tofani