Handgeschreven brief op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven brief op gelinieerd papier. 20 oktober 1942. G. Th. van Luijk. Amsterdam 20/10 1942
Weled. Heer
Het was langs deze weg mijn vriendelijke
vraag of ik ook in aanmerking kwam
voor een toewijziging kan krijgen voor
mosselen en wat gerookte visch ik
heb nu bericht gekregen van de Ned.
Visscherij Centrale dat ik daarbij
aangesloten ben dus hopende
op goed resultaat van U te
mogen ontvangen
Dienstw.
G. Th. van Luijk
1ste Kattenburgerdw. str.
13 huis
Amsterdam Centrum.
[Annotaties en stempels]:
* Rechtsboven: uw. Com. Verdeling
* Midden (stempel): Nᵒ 46ᵃ/772/1 M. 1942 21/10
* Linksonder (handgeschreven): onbekend [doorgehaald]
* Onderaan (handgeschreven): afwijzen
* Rechtsonder: 46ᵃ/772/2 29/10/42 RS De schrijver, G. Th. van Luijk, verzoekt om een officiële toewijzing van mosselen en gerookte vis. Hij voert aan dat hij inmiddels is aangesloten bij de "Ned. Visscherij Centrale", wat waarschijnlijk een vereiste was om in aanmerking te komen voor handelsvoorraden.
De taal is beleefd doch enigszins onbeholpen ("toewijziging" in plaats van toewijzing). De administratieve afhandeling is duidelijk zichtbaar: de brief is de dag na verzending (21/10) binnengekomen en gestempeld. Ondanks zijn aansluiting bij de Centrale, is het verzoek uiteindelijk negatief beoordeeld; onderaan de brief is met een andere pen de beslissing "afwijzen" genoteerd, gedateerd op 29 oktober 1942. Dit document biedt een inkijkje in de schaarste-economie van bezet Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanwege de oorlogssituatie was de handel in voedsel strikt gereguleerd via het distributiestelsel. De "Nederlandsche Visscherij Centrale" (NVC) was het door de bezetter ingestelde orgaan dat toezicht hield op de visserij en de verdeling van de vangst.
Het adres van de afzender, de 1ste Kattenburgerdwarsstraat, bevond zich in een volksbuurt op de Oostelijke Eilanden in Amsterdam, een gebied dat historisch nauw verbonden was met de scheepvaart en de vismarkt. De afwijzing van het verzoek illustreert de moeilijke positie van kleine handelaren tijdens de oorlogsjaren, die volledig afhankelijk waren van ambtelijke goedkeuring voor hun broodwinning. G. Th