Handgeschreven brief/verzoekschrift op een ambtelijk registerblad.
Origineel
Handgeschreven brief/verzoekschrift op een ambtelijk registerblad. 12 oktober 1942 (datumstempel) en 23-10-1942 (datum van afhandeling). J. Stoffers. [Bovenaan rechts, gedrukt:] Transport f
[Bovenaan midden:] Wel Ed. Heer.
[Bovenaan links, gestempeld/geschreven:] No 46/9/707/1 M. 1942 24/10
Mijn naam is J. Stoffers
wonende v. Tienhovenstraat
De aanleiding van mijn schrijven
is deze. Aangezien ik al jaren
in 't mosselen bedrijf zit en altijd
mijn behoorlijke kwantum van
't mosselen kantoor en daar voor
van Koster. ken ik me niet
begrijpen dat ik nu afgewezen
ben. doe ik nu een beroep op
u hoopende u deze zaak in
orde kunt brengen. Zo spoedig
mogelijk teekent ik Hoogacht
J. Stoffers
[Linksonder, schuin geschreven:] Opbergen 23-10-42
[Daaronder, handgeschreven met blauw krijt/potlood:] [Onleesbaar] Heeft kaart K.h.
[Datumstempel in blauw:] 12 OCT. 1942
[Onderaan rechts, gedrukt:] Transporteeren f * Inhoud: De schrijver, J. Stoffers, beklaagt zich over het feit dat hij geen toewijzing van mosselen meer krijgt. Hij voert aan dat hij een ervaren handelaar is ("al jaren in 't mosselen bedrijf") en voorheen altijd zijn "behoorlijke kwantum" (toegewezen hoeveelheid) ontving via het Mosselkantoor en een zekere Koster. Hij verzoekt de geadresseerde om de zaak te herzien.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is eenvoudig en bevat enkele grammaticale onvolkomenheden ("ken ik me niet begrijpen", "teekent ik"), wat wijst op een schrijver uit de beroepspraktijk van de kleinhandel of visserij.
* Administratieve sporen: De brief is geschreven op papier dat oorspronkelijk bedoeld was voor een kasboek of register (gezien de termen "Transport f" en "Transporteeren f"). De aantekening "Heeft kaart" suggereert dat de administratie heeft gecontroleerd of de betrokkene over de juiste handelsvergunning of distributiekaart beschikte. De notitie "Opbergen 23-10-42" markeert de sluiting van het dossier. Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de gehele voedselvoorziening en handel streng gereguleerd door de overheid via distributiekantoren en centrale verkooporganen zoals het "Mosselkantoor". Handelaren waren volledig afhankelijk van de toewijzing van "kwanta" (hoeveelheden) door de overheid om hun bedrijf uit te kunnen oefenen. Een afwijzing betekende in feite een beroepsverbod of een aanzienlijk inkomstenverlies. Dergelijke verzoekschriften geven een inkijk in de bureaucratische strijd die kleine ondernemers moesten voeren om tijdens de schaarstejaren het hoofd boven water te houden.