Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 26 september 1942. H. de Vink, 2e Jacob van Campenstraat 110 I, Amsterdam-Zuid. Den Heer H. Lammers, Kl. Kattenburgerstraat 79, Amsterdam. [Linksboven in stempel/inkt:]
№ 46ª/795/1 M. 1942 27/10
[Rechtsboven:]
A’dam: 26 sept 1942
Den Heer H: Lammers
Kl: Kattenburgerstr: 79
~ A’dam:
Waarde Heer!
Ondergetekende H. de Vink, vraagt beleefd
in aanmerking te mogen komen, voor
een monden toe wijzing.
Daar ik jaren een erkenden haring
venter ben met vergunning.
En elk jaar met monden heb gewent [mogelijk bedoeld: gewerkt]
Ben 61 jaar dus verplicht nog voor mijn
te zorgen.
Hopende de nieuwe kaart (28 sept.)
Maandag a.s. in ontvangst te mogen
nemen.
Hoogachtend.
H. de Vink
2ᵉ Jacob van Campenstr: 110 I
~ A’dam: Zuid.
[Aantekeningen onderaan in blauw stempel en potlood/inkt:]
12 OCT. 1942
Heeft kaart
KL [geparafeerd]
in orde
opbergen
23-10-42
[onleesbare handtekening/paraf] * Inhoud: De afzender, H. de Vink, verzoekt om een "monden toe wijzing". Gezien zijn beroep als haringventer is het zeer waarschijnlijk dat hij hier "manden" bedoelt (de gevlochten korven waarin haring werd vervoerd en verkocht), die in die tijd mogelijk schaars waren of onder een distributieregeling vielen.
* Taal en Vorm: De brief is geschreven in een net maar eenvoudig handschrift. De taal bevat enkele archaïsche vormen en spelfouten die typisch zijn voor de tijd en de sociaaleconomische achtergrond van de schrijver (bijv. "voor mijn te zorgen" in plaats van "voor mijzelf"). Hij benadrukt zijn leeftijd (61 jaar) als argument om zijn brood te mogen blijven verdienen.
* Administratieve verwerking: De brief is door de ontvangende instantie voorzien van diverse aantekeningen. De notitie "Heeft kaart" en "in orde" suggereren dat de aanvraag is ingewilligd. De afhandeling nam bijna een maand in beslag (van 26 september tot de archivering op 23 oktober). Dit document dateert uit het derde jaar van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1942 was het dagelijks leven volledig onderworpen aan de distributiestamkaart en stringente regelgeving. Voor zelfstandige ondernemers en straatverkopers, zoals deze haringventer, was het behouden van vergunningen en het verkrijgen van bedrijfsmiddelen cruciaal om te overleven en niet afhankelijk te worden van karige noodsteun of tewerkstelling. De adressen (Kattenburg en De Pijp) situeren dit verzoek in het hart van de Amsterdamse arbeiderswijken van die periode.