Archief 745
Inventaris 745-386
Pagina 459
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypt afschrift van een brief/verzoekschrift.

11 oktober 1942. Van: H.R. Kallenbach, Palmstraat 90 hs., Amsterdam-Centrum. Aan: Raadhuis, Kamer 50, Amsterdam-C. (Gemeente Amsterdam, vermoedelijk de afdeling Marktwezen of Sociale Zaken).

Origineel

Getypt afschrift van een brief/verzoekschrift. 11 oktober 1942. H.R. Kallenbach, Palmstraat 90 hs., Amsterdam-Centrum. Raadhuis, Kamer 50, Amsterdam-C. (Gemeente Amsterdam, vermoedelijk de afdeling Marktwezen of Sociale Zaken). 46a/823/1. A f s c h r i f t .
====================
No. 20/82/5 M.1942 30/10.
No. 915 L.M.1942 21/10.

H.R. Kallenbach. Amsterdam, 11 October 1942.
Palmstraat 90 hs.,
Amsterdam-Centrum.
Raadhuis,
Kamer 50,

                                  Amsterdam-C.

M.H.! -
Hiermede neem ik de vrijheid beleefd Uw aandacht te vragen voor het volgende.
In 1937 is mij wegens algeheele invaliditeit ingevolge de invaliditeitswet een rente toegekend, waarnaast ik van Gemeentewege steun genoot.
Sedert een jaar exploiteer ik een kleine winkelzaak aan de Palmdwarsstraat No.23, waar ik gekookte mosselen, zuurwaren en dergelijke verkoop.
Van het begin der exploitatie af heb ik geen steun meer noodig gehad en werd ook de invaliditeitsrente ingetrokken, zoo dat ik me op eigen kracht drijvende hield.
Dit seizoen ( van het winterseizoen moet ik het hebben in verband met de mosselen) blijken echter zoo weinig bij-artikelen te verkrijgen zijn ( in verband ook met het feit, dat mijn zaakje pas een jaar bestaat ), dat de inkomsten zeer gering dreigen zullen te worden.
Hierin zou ,ijn inziens verbetering gebracht kunnen worden, indien mij van gemeentewege een kleine toewijzing van visch verstrekt werd.
Ofschoon ik bij de Nederlandsche Visscherijcentrale te Den Haag officieel als vischhandelaar erkend ben, werd vanwege het Marktwezen alhier, steeds een vischtoewijzing hoe gering ookk onthouden, in verband met de omstandigheid dat ik in de basisjaren 1939, 1940 en 1941 geen handel heb gedreven in versche visch.
Daar ik nu, wegens schaarste aan bij-artikelen ( koek, zuurwaren etc) wellicht het hoofd niet boven water zal kunnen houden en, voor alle arbeid afgekeurd als ik ben, weer ten laste van de gemeenschap dreig te zullen komen, richt ik het beleefde verzoek tot U te willen bevorderen,

--- * Inhoud: De heer Kallenbach, een arbeidsongeschikte man uit de Jordaan, verzoekt om een toewijzing voor de verkoop van verse vis. Hij is een jaar eerder een winkeltje begonnen in mosselen en zuurwaren om onafhankelijk te worden van de bijstand (steun) en zijn invaliditeitsrente. Door de oorlogsschaarste aan bij-producten (zoals koek en zuurwaren) dreigt hij failliet te gaan. De officiële instanties (het Marktwezen) weigeren hem echter een vis-concessie omdat hij in de referentiejaren (1939-1941) nog geen vis verkocht.
* Taalgebruik en vorm: Het document bevat enkele typfouten (zoals ",ijn" in plaats van "mijn" en "ookk"), wat vaker voorkwam bij doorslagen of haastig getypte afschriften. De toon is zeer beleefd en enigszins onderdanig ("neem ik de vrijheid beleefd", "het beleefde verzoek"), kenmerkend voor correspondentie met de overheid in die tijd.
* Sociaal-economische status: De afzender woont in de Palmstraat en heeft een winkel in de Palmdwarsstraat, destijds een volkse buurt in Amsterdam. Zijn streven om "op eigen kracht drijvende" te blijven getuigt van een sterke arbeidsethos, ondanks zijn volledige arbeidsongeschiktheid.

--- * Tweede Wereldoorlog en Distributie: De brief dateert uit oktober 1942, de periode van de Duitse bezetting waarin de schaarste in Nederland nijpend werd. De overheid stuurde de handel strak aan via distributie en rantsenering. Toewijzingen van schaarse goederen zoals vis werden gebaseerd op de omzet in de "basisjaren" vlak voor of aan het begin van de oorlog. Nieuwe ondernemers zoals Kallenbach vielen hierdoor buiten het systeem.
* Instituten: De Nederlandsche Visscherijcentrale was de door de bezetter ingestelde centrale organisatie voor de visserij. Het Marktwezen was de gemeentelijke dienst die toezicht hield op de handel op markten en in winkels.
* Invaliditeitswet: De genoemde wet uit 1913 bood een minimale verzekering voor arbeiders die blijvend invalide waren geworden. Voor velen was dit echter niet genoeg om van te leven, waardoor men vaak aanvullende "steun" van de gemeente nodig had. Kallenbachs poging om hiervan los te komen was in die tijd een risicovolle onderneming.

Samenvatting

  • Inhoud: De heer Kallenbach, een arbeidsongeschikte man uit de Jordaan, verzoekt om een toewijzing voor de verkoop van verse vis. Hij is een jaar eerder een winkeltje begonnen in mosselen en zuurwaren om onafhankelijk te worden van de bijstand (steun) en zijn invaliditeitsrente. Door de oorlogsschaarste aan bij-producten (zoals koek en zuurwaren) dreigt hij failliet te gaan. De officiële instanties (het Marktwezen) weigeren hem echter een vis-concessie omdat hij in de referentiejaren (1939-1941) nog geen vis verkocht.
  • Taalgebruik en vorm: Het document bevat enkele typfouten (zoals ",ijn" in plaats van "mijn" en "ookk"), wat vaker voorkwam bij doorslagen of haastig getypte afschriften. De toon is zeer beleefd en enigszins onderdanig ("neem ik de vrijheid beleefd", "het beleefde verzoek"), kenmerkend voor correspondentie met de overheid in die tijd.
  • Sociaal-economische status: De afzender woont in de Palmstraat en heeft een winkel in de Palmdwarsstraat, destijds een volkse buurt in Amsterdam. Zijn streven om "op eigen kracht drijvende" te blijven getuigt van een sterke arbeidsethos, ondanks zijn volledige arbeidsongeschiktheid.

Historische Context

  • Tweede Wereldoorlog en Distributie: De brief dateert uit oktober 1942, de periode van de Duitse bezetting waarin de schaarste in Nederland nijpend werd. De overheid stuurde de handel strak aan via distributie en rantsenering. Toewijzingen van schaarse goederen zoals vis werden gebaseerd op de omzet in de "basisjaren" vlak voor of aan het begin van de oorlog. Nieuwe ondernemers zoals Kallenbach vielen hierdoor buiten het systeem.
  • Instituten: De Nederlandsche Visscherijcentrale was de door de bezetter ingestelde centrale organisatie voor de visserij. Het Marktwezen was de gemeentelijke dienst die toezicht hield op de handel op markten en in winkels.
  • Invaliditeitswet: De genoemde wet uit 1913 bood een minimale verzekering voor arbeiders die blijvend invalide waren geworden. Voor velen was dit echter niet genoeg om van te leven, waardoor men vaak aanvullende "steun" van de gemeente nodig had. Kallenbachs poging om hiervan los te komen was in die tijd een risicovolle onderneming.

Kooplieden in dit dossier 9

A. Goldberg Uilenburg
M. v. d. Heijden Uilenburg
A v Duinhof Uilenburg
C. Blanken Uilenburg
H. Westerveld Uilenburg
J. de Nobel Uilenburg
T. Heefkerk Uilenburg
G. Slappendel Uilenburg

Gerelateerde Documenten 2