Archief 745
Inventaris 745-386
Pagina 464
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie (brief/notitie).

30 oktober 1942. Van: De Gemeentelijk Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden en De Directeur (vermoedelijk van de betreffende dienst).

Origineel

Ambtelijke correspondentie (brief/notitie). 30 oktober 1942. De Gemeentelijk Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden en De Directeur (vermoedelijk van de betreffende dienst). [Handgeschreven in rood:] A V D
[Handgeschreven paraaf:] H. Bulthuis [?]

vD/HB.

760/823/2
20/82/6 M.
1.

30 October 1942.

verzoek H.R.Kallenbach,
Vischverdeeling.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw brief d.d. 28 dezer onder No.915 L.M.1942 ontvangen verzoek van H.R.Kallenbach d.d. 11 October j.l. hebben ondergeteekenden de eer U te berichten, dat een aanvrage van Kallenbach voor versche visch door de Verdeelingscommissie is afgewezen, omdat hij als vischhandelaar in het geheel niet bekend staat.

Vele menschen probeeren op de een of andere wijze een toewijzing visch te krijgen, doch door de Verdeelingscommissie wordt streng gehouden aan de basisjaren 1939-1940.

/ de hand In verband met den geringen aanvoer heerscht er reeds groote ontevredenheid onder de bona-fide vischhandelaren; het toelaten tot de verdeeling van menschen, die daarop geen recht hebben, doet deze ontevredenheid slechts toenemen, aangezien dan namelijk van bona-fide vischzaken, die als gevolg van den geringen aanvoer met moeite kunnen blijven bestaan, visch moet worden afgenomen om deze aan handelaren te geven, die visch vragen om hun zaak, welke normaal niet gebaseerd is op den verkoop van visch, in stand te houden, zooals in het onderhavige geval.

Kallenbach ontvangt mosselen, omdat hij daarop recht heeft; hierin heeft hij des winters steeds gehandeld.

In verband met de consequenties, kunnen wij derhalve tot onzen spijt niet adviseeren, Kallenbach voor een toewijzing versche visch in aanmerking te doen komen.

De Gemeentelijk Adviseur De Directeur,
voor Voedings-en Distribu-
tieaangelegenheden, * Kernboodschap: De adviseur en directeur wijzen het verzoek van de heer H.R. Kallenbach voor een toewijzing van verse vis af.
* Argumentatie: De afwijzing rust op drie pijlers:
1. Historische legitimiteit: Kallenbach staat niet te boek als visboer in de referentiejaren 1939-1940. De overheid hanteerde deze "basisjaren" om te bepalen wie recht had op schaarse goederen.
2. Schaarsheid: Er is een "geringe aanvoer" van vis.
3. Economische stabiliteit: Het toekennen van vis aan "niet-bonafide" handelaren (mensen die niet primair in vis handelen) zou de bestaande viszaken, die het al moeilijk hebben, verder ondermijnen en voor sociale onrust zorgen.
* Nuance: Er wordt opgemerkt dat Kallenbach wel mosselen mag verkopen, aangezien hij dat historisch gezien in de wintermaanden altijd al deed. Dit toont aan dat het distributiesysteem zeer specifiek keek naar vooroorlogse handelsactiviteiten.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is uiterst formeel en ambtelijk ("hebben de eer U te berichten", "onderhavige geval"), kenmerkend voor de bureaucratie tijdens de bezettingsjaren. Dit document is opgesteld in oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem. Schaarsheid was aan de orde van de dag, en de overheid (onder toezicht van de bezetter) probeerde de markt te controleren door alleen toewijzingen te geven aan bedrijven die vóór de oorlog reeds in die sector actief waren.

De term "bona-fide vischhandelaren" refereert hier aan de gevestigde orde van winkeliers. Het document illustreert de angst van ambtenaren voor onrust ("groote ontevredenheid") onder de bevolking en de middenstand wanneer de distributieregels niet strikt werden nageleefd. De naam Kallenbach komt voor in archieven gerelateerd aan de Jodenvervolging in Amsterdam; hoewel dit document een puur zakelijke/economische afwijzing lijkt, vonden dergelijke uitsluitingen in die jaren vaak plaats in een bredere context van onteigening en uitsluiting van Joodse ondernemers, alhoewel de tekst hier strikt vasthoudt aan de professionele status van de aanvrager.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De adviseur en directeur wijzen het verzoek van de heer H.R. Kallenbach voor een toewijzing van verse vis af.
  • Argumentatie: De afwijzing rust op drie pijlers:
    1. Historische legitimiteit: Kallenbach staat niet te boek als visboer in de referentiejaren 1939-1940. De overheid hanteerde deze "basisjaren" om te bepalen wie recht had op schaarse goederen.
    2. Schaarsheid: Er is een "geringe aanvoer" van vis.
    3. Economische stabiliteit: Het toekennen van vis aan "niet-bonafide" handelaren (mensen die niet primair in vis handelen) zou de bestaande viszaken, die het al moeilijk hebben, verder ondermijnen en voor sociale onrust zorgen.
  • Nuance: Er wordt opgemerkt dat Kallenbach wel mosselen mag verkopen, aangezien hij dat historisch gezien in de wintermaanden altijd al deed. Dit toont aan dat het distributiesysteem zeer specifiek keek naar vooroorlogse handelsactiviteiten.
  • Taalgebruik: Het taalgebruik is uiterst formeel en ambtelijk ("hebben de eer U te berichten", "onderhavige geval"), kenmerkend voor de bureaucratie tijdens de bezettingsjaren.

Historische Context

Dit document is opgesteld in oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem. Schaarsheid was aan de orde van de dag, en de overheid (onder toezicht van de bezetter) probeerde de markt te controleren door alleen toewijzingen te geven aan bedrijven die vóór de oorlog reeds in die sector actief waren.

De term "bona-fide vischhandelaren" refereert hier aan de gevestigde orde van winkeliers. Het document illustreert de angst van ambtenaren voor onrust ("groote ontevredenheid") onder de bevolking en de middenstand wanneer de distributieregels niet strikt werden nageleefd. De naam Kallenbach komt voor in archieven gerelateerd aan de Jodenvervolging in Amsterdam; hoewel dit document een puur zakelijke/economische afwijzing lijkt, vonden dergelijke uitsluitingen in die jaren vaak plaats in een bredere context van onteigening en uitsluiting van Joodse ondernemers, alhoewel de tekst hier strikt vasthoudt aan de professionele status van de aanvrager.

Kooplieden in dit dossier 9

A. Goldberg Uilenburg
M. v. d. Heijden Uilenburg
A v Duinhof Uilenburg
C. Blanken Uilenburg
H. Westerveld Uilenburg
J. de Nobel Uilenburg
T. Heefkerk Uilenburg
G. Slappendel Uilenburg

Gerelateerde Documenten 2