Handgeschreven zakelijke brief/notitie.
Origineel
Handgeschreven zakelijke brief/notitie. 9 november 1942. M.
30 October j.l. hebben
wij een partij zoetwater
visch ontvangen van
P. Remmer Kampen
Daar er geen nota bij de
zending was, hebben wij hier
niets kunnen controleeren.
Nu ontvangen wij 3 Nov. j.l.
een nota van wat er moest
zijn. en dat de afrekening niet
deugt. Daar scheelt nog al wat
aan. Maar ik kan u verklaren
dat hier goed is gewogen en
dat niet meer is geweest, als
wij noteeren, Dus waar dat
abuis berust, weet ik niet
maar bij ons niet. - Of er bij
de spoorwegen uit gestolen
is, wat nogal veel gebeurd,
dat kan ik ook niet zeggen.
Hoogachtend
[Handtekening, mogelijk J. v.d. S...]
9-11-42 De schrijver van de brief reageert op een geschil over een levering van zoetwatervis uit Kampen. De kern van het probleem is een gewichtsverschil: de ontvangen hoeveelheid vis komt niet overeen met de factuur (nota) die pas later arriveerde.
De auteur verdedigt de eigen integriteit door te stellen dat er bij aankomst zorgvuldig is gewogen en dat de fout ("het abuis") niet aan hun kant ligt. Er wordt een expliciete suggestie gedaan naar de oorzaak: diefstal tijdens het transport per trein. De formulering "wat nogal veel gebeurd" wijst erop dat dit een structureel probleem was in die tijd. De brief is geschreven in november 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Deze periode kenmerkte zich door schaarste, strikte voedseldistributie en een bloeiende zwarte markt.
De opmerking over diefstal bij de spoorwegen is historisch zeer accuraat; vanwege de grote voedseltekorten werden goederentreinen regelmatig geplunderd, zowel door individuen als door georganiseerde groepen. Het document illustreert de dagelijkse frictie in de handel onder oorlogsomstandigheden, waarbij bewijsvoering van gewicht en ontvangst cruciaal was voor de bedrijfsvoering. P. Remmer