Ambtelijke nota / intern adviesformulier.
Origineel
Ambtelijke nota / intern adviesformulier. Oktober 1939 (met aantekeningen op 4, 12, 13 en 16 oktober). (Stempel linksboven):
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/169/1 1939
DOORGEZONDEN: 4/10-39
(Rechtsboven):
549
Alb. Cuijpstr.
vraagt assistentie
(Hoofdtekst):
Tegen inwilliging van het verzoek
van M. Gootjes om zich tot wederopzegging
op zijn plaats op de markt aan de Alb. Cuijpstraat
te mogen laten assisteren – niet vervangen –
door E. Bonnier, bestaat m.i. geen bezwaar.
(Rechts in de marge):
Th v d Moerkerken
advies
4-10-'39
deHaan [?]
(Onder de tekst):
12-10-39
deHaan [?]
(In potlood, midden):
Modelbriefje zenden.
(In rood krijt/potlood onderaan):
25/169/2 [Stempel/Symbool M]
(Onderaan met parafen):
13/10-39 [Paraaf]
16/10/39 [Paraaf]
(Voettekst):
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document betreft de administratieve afhandeling van een verzoek tot assistentie op de Albert Cuypmarkt. De kern van de zaak is dat marktkraamhouder M. Gootjes toestemming vraagt om hulp te krijgen van E. Bonnier.
Interessant is de nadrukkelijke toevoeging "– niet vervangen –". Volgens de destijds geldende marktverordeningen moest een vergunninghouder in principe zelf op de markt aanwezig zijn om handel te drijven. Assistentie was onder voorwaarden toegestaan, maar men wilde voorkomen dat vergunningen feitelijk werden overgedragen of onderverhuurd zonder tussenkomst van de gemeente. De term "tot wederopzegging" geeft aan dat de toestemming niet permanent is en door de gemeente op elk moment kan worden ingetrokken. De ambtenaren (Th. v.d. Moerkerken en De Haan) geven een positief advies, waarna de administratie de opdracht krijgt een standaard "modelbriefje" naar de aanvrager te sturen. Dit document stamt uit oktober 1939, de periode van de 'Schemeroorlog'. Hoewel de Tweede Wereldoorlog in Polen al was uitgebroken en Nederland was gemobiliseerd, draaide de civiele administratie in steden als Amsterdam nog op volle toeren volgens de vooroorlogse regels.
De Albert Cuypmarkt was in deze tijd al een iconische en streng gereguleerde markt. Dossiers zoals deze geven inzicht in de strikte controle die de gemeente Amsterdam uitoefende op de openbare orde en de economische bedrijvigheid op straat. Het formulier "Alg. Zaken Model No. 14" wijst op een hoge graad van standaardisatie in de gemeentelijke bureaucreatie van de jaren '30. E. Bonnier M. Gootjes M. No Gemeente Amsterdam