Officiële waarschuwingsbrief / Disciplinaire maatregel.
Origineel
Officiële waarschuwingsbrief / Disciplinaire maatregel. 9 October 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). lex. M. de haer
HG. extra
25/170/7 M.
9 October 1939.
den Heer M. Polak,
Hemonystraat 35 II,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 17.
Ondanks de waarschuwing vervat in mijn brief van 14 September jl. (No.25/155/4 M.) heeft U zich op Zaterdag 30 September jl. op de markt Albert Cuypstraat andermaal laten assisteeren zonder dat U dezerzijds daarvoor toestem-ming was verleend. In verband met dit feit bericht ik U, dat ik U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, voorwaardelijk heb gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen en wel voor den tijd van een dag. Deze straf zal ten uitvoer worden gelegd, indien U zich binnen één jaar na dato dezes andermaal aan een laakbare handeling op een der markten hier ter stede schuldig maakt, onvermin-derd de straf, die alsdan op het nieuwe feit zal worden ge-steld.
De Directeur, Deze brief betreft een disciplinaire sanctie opgelegd aan de heer M. Polak, een marktkoopman in Amsterdam. De kern van de overtreding is dat hij zich op de Albert Cuypmarkt heeft laten assisteren door iemand zonder dat hij daar de vereiste officiële toestemming voor had. Dit was blijkbaar een herhaalde overtreding, aangezien er in de brief wordt verwezen naar een eerdere waarschuwing van slechts twee weken daarvoor (14 september 1939).
De straf is een voorwaardelijke ontzegging van het recht om op de Amsterdamse markten te staan voor de duur van één dag. Er geldt een proeftijd van één jaar. De juridische grondslag voor deze maatregel is artikel 39, lid 1 van het toenmalige Reglement op de Markten. Het document illustreert de strikte handhaving van marktvoorschriften in die periode. De brief is gedateerd op 9 oktober 1939, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa (september 1939), hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was. De locatie van de markt (Albert Cuypstraat) en het adres van de geadresseerde (Hemonystraat in de Pijp/Zuid) wijzen op een buurt die destijds een grote Joodse populatie kende.
De naam M. Polak was een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. Voor Joodse marktkooplieden zou de situatie binnen een jaar na deze brief drastisch verslechteren. Onder de Duitse bezetting (vanaf mei 1940) werden dergelijke administratieve regels al snel vervangen door antisemitische verordeningen die Joden stapsgewijs uitsloten van het economische leven en uiteindelijk de toegang tot de markten geheel ontzegden. Hoewel deze brief een reguliere ordemaatregel lijkt, vormt hij een tijdsbeeld van de bureaucratische controle vlak voor de bezettingstijd. M. Polak Marktwezen