Zakelijke brief (begeleidend schrijven bij een afschrift).
Origineel
Zakelijke brief (begeleidend schrijven bij een afschrift). 22 december 1942. De Directeur van de Nederlandsche Visscherijcentrale, 's-Gravenhage. Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W). [Rechtsboven, handgeschreven:] 465
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
AFDEELING: Jur.Zaken/Verd.
BETREFFENDE: uitsluiting toewijzingen
BERICHT OP SCHRIJVEN:
'S-GRAVENHAGE, 22 December 1942.
BIJ ANTWOORD VERMELDEN: 33929a J.Z./St
BIJLAGEN: 1 STUKS, T.W. afschrift schrijven aan C. Oosterbaan
Den Heer Directeur van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14 [Handgeschreven:] Gezien
AMSTERDAM (W). [Handgeschreven:] [Initialen]
[Groot paars stempel:]
Nº 46A/916/1 M. 1942 23/12
[Handgeschreven aantekeningen in de marge:] v. m. [en diverse onleesbare parafen/krabbels]
Hierbij ingesloten doen wij U toekomen copie van ons schrijven aan C. Oosterbaan, Tuindwarsstraat 3 te Monnikendam, waarin wij hem mededeelen, dat wij zijn toewijzingen bij zijn leveranciers hebben ingetrokken.
Voor het overige hebben wij de zaak in handen van den Centralen Contrôledienst gegeven.
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
[Handtekening: R. Thamm (?)]
Directeur
Gr.
[Voettekst:]
ADELHEIDSTRAAT 300, ’S-GRAVENHAGE — POSTGIROREKENING 245271 — TELEGRAMADRES: NEDVISCEN
TELEFOON 720080 EN 772162. INTERCOMM. XX. VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE 722641
[Logo A] 23430 - ’42 - K 983
--- Dit document is een formele kennisgeving van de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) aan de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de boodschap is de intrekking van de "toewijzingen" (distributierechten/vergunningen voor de handel in vis) van een zekere C. Oosterbaan uit Monnikendam.
De brief vermeldt dat de zaak is overgedragen aan de Centralen Contrôledienst (CCD). Dit duidt erop dat er sprake is van een overtreding van de distributiewetten of prijsvoorschriften, wat in de oorlogsjaren vaak neerkwam op handel op de zwarte markt of administratieve fraude. De brief dient om de Amsterdamse marktinstanties op de hoogte te stellen van de sanctie, aangezien Oosterbaan mogelijk via de Amsterdamse markt opereerde.
--- De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) werd tijdens de Duitse bezetting (1940-1945) opgericht als een crisisorgaan om de totale handel, distributie en prijsvorming van vis in Nederland te reguleren. Onder de vlag van de voedselvoorziening werd de sector strak gecontroleerd door de bezetter en collaborerende instanties.
De toewijzingen waarover in de brief gesproken wordt, waren essentieel voor handelaren; zonder deze officiële toewijzing mocht een leverancier geen vis leveren aan een detaillist of groothandelaar. Het intrekken hiervan betekende in feite een beroepsverbod.
De Centralen Contrôledienst (CCD) was de opsporingsinstantie die toezag op de naleving van de distributieregels. Een overdracht aan de CCD betekende meestal dat er een strafrechtelijk onderzoek volgde, wat kon leiden tot hoge boetes of gevangenisstraf. Het document illustreert de bureaucratische controle en de harde handhavingsstructuur van de Nederlandse voedselvoorziening tijdens de Tweede Wereldoorlog.