Archief 745
Inventaris 745-278
Pagina 33
Dossier 24
Jaar 1939
Stadsarchief

Brief (pagina 10 en 11 van een langer schrijven).

Onbekend (vermoedelijk begin 20e eeuw, na 1905).

Origineel

Brief (pagina 10 en 11 van een langer schrijven). Onbekend (vermoedelijk begin 20e eeuw, na 1905). (Pagina 10)
brengen, in de hoop een bevredigend
antwoord te mogen ontvangen.
U moet weten, ik ben een
ongeregelden koopman, en zulken
menschen komen voor rare dingen
te staan, raad en wenken.
Ik ben vasten plaats houder
op de Markt Albertcuypstr:
met ongezegelde goederen, daar
mag je door niemand
geassisteerd worden, of je moet er
een schriftelijken verklaring voor-
hebben, maar nu gaat met die
hetzelfde handkar naar het
Waterlooplein, en daar mag je
wel geassisteerd worden, mits
je er vijf en twintig centen
voor betaald, dat is natuurlijk
ten voordeele voor Marktwezen,
en ook voor ^de^ koopman, daar ben
ik niet op tegen, maar zelfs voor,
maar waarom komt die regeling
niet op de Markt Albertcuyp-
straat, dat is toch ten voordele

(Pagina 11)
van laatst genoemde Markt.
Want wat gebeurd er met die
regeling zooals hij nu is, in de
Albertcuypstraat! dat as ik,
en meer met mij, een mooien
handel kunnen koopen, dan kan
ik dit niet doen, en zoo handel
gaat dan naar het Waterlooplein
vandaar daar is de regeling wat
soepelder, voor een koopman,
en dat is toch niet ten goede
voor de Markt Albertcuypstr:
want daar komt het publiek
ook voor een mooien handel.
Ik zou gaarne deze zaak
nog nader willen ~~uitleggen~~
En mocht u hier meer
van willen weten ben ik
te allen tijden bereid een
onderhoud met U hier over
te willen hebben.
Hoogachtend
J. Ph. Meentner
Haanstraat 14
A'dam. C. In deze brief uit de heer J. Ph. Meentner, een vaste standplaatshouder op de Albert Cuypmarkt, zijn ongenoegen over de geldende regelgeving. Het kernpunt van zijn beklag is de ongelijkheid tussen de markten in Amsterdam.

Op de Albert Cuypstraat is het kooplieden met "ongezegelde goederen" verboden om hulp (assistentie) te hebben zonder een officiële schriftelijke verklaring. Op het Waterlooplein is deze assistentie echter wel toegestaan tegen betaling van 25 cent. Meentner stelt dat dit ten goede komt aan zowel de marktmeesters als de koopman, en vraagt zich af waarom deze soepelere regeling niet ook voor de Albert Cuypmarkt geldt.

Hij voert aan dat hij hierdoor goede handel ("mooien handel") misloopt, die nu naar het Waterlooplein trekt omdat de regels daar "soepelder" zijn. Hij eindigt met een verzoek om een persoonlijk onderhoud om zijn standpunt verder toe te lichten. * Locatie: De brief refereert aan twee iconische Amsterdamsche markten. De Albert Cuypmarkt werd officieel gevestigd in 1905, wat suggereert dat de brief na dit jaar geschreven is. De Haanstraat, waar de auteur woonde, bevond zich in de Amsterdamse Jordaan.
* Marktwezen: De brief geeft een interessant inkijkje in de bureaucratische hindernissen voor kleine zelfstandigen in het begin van de 20e eeuw. "Ongezegelde goederen" verwijst waarschijnlijk naar goederen waarover nog geen accijns of specifieke keuringsrechten waren voldaan, wat de strenge controle op assistentie verklaart (om illegale handel te voorkomen).
* Sociaal-economisch: De toon is die van een respectvolle maar mondige burger die strijdt voor gelijke kansen in de handel. Het genoemde bedrag van 25 cent was destijds een aanzienlijk deel van een dagomzet voor een kleine koopman.

Samenvatting

In deze brief uit de heer J. Ph. Meentner, een vaste standplaatshouder op de Albert Cuypmarkt, zijn ongenoegen over de geldende regelgeving. Het kernpunt van zijn beklag is de ongelijkheid tussen de markten in Amsterdam.

Op de Albert Cuypstraat is het kooplieden met "ongezegelde goederen" verboden om hulp (assistentie) te hebben zonder een officiële schriftelijke verklaring. Op het Waterlooplein is deze assistentie echter wel toegestaan tegen betaling van 25 cent. Meentner stelt dat dit ten goede komt aan zowel de marktmeesters als de koopman, en vraagt zich af waarom deze soepelere regeling niet ook voor de Albert Cuypmarkt geldt.

Hij voert aan dat hij hierdoor goede handel ("mooien handel") misloopt, die nu naar het Waterlooplein trekt omdat de regels daar "soepelder" zijn. Hij eindigt met een verzoek om een persoonlijk onderhoud om zijn standpunt verder toe te lichten.

Historische Context

  • Locatie: De brief refereert aan twee iconische Amsterdamsche markten. De Albert Cuypmarkt werd officieel gevestigd in 1905, wat suggereert dat de brief na dit jaar geschreven is. De Haanstraat, waar de auteur woonde, bevond zich in de Amsterdamse Jordaan.
  • Marktwezen: De brief geeft een interessant inkijkje in de bureaucratische hindernissen voor kleine zelfstandigen in het begin van de 20e eeuw. "Ongezegelde goederen" verwijst waarschijnlijk naar goederen waarover nog geen accijns of specifieke keuringsrechten waren voldaan, wat de strenge controle op assistentie verklaart (om illegale handel te voorkomen).
  • Sociaal-economisch: De toon is die van een respectvolle maar mondige burger die strijdt voor gelijke kansen in de handel. Het genoemde bedrag van 25 cent was destijds een aanzienlijk deel van een dagomzet voor een kleine koopman.

Locaties

De brief refereert aan twee iconische Amsterdamsche markten. De Albert Cuypmarkt werd officieel gevestigd in 1905 wat suggereert dat de brief na dit jaar geschreven is. De Haanstraat waar de auteur woonde bevond zich in de Amsterdamse Jordaan.

Gerelateerde Documenten 3