Getypt afschrift van een officieel rapport/verslag.
Origineel
Getypt afschrift van een officieel rapport/verslag. 6 januari 1943. A F S C H R I J F T
RAPPORT
Op 23 December 1942 nam ik de kas over van den kassier den Heer Jongbloed. In de geldtasch waarin het bankpapier wordt bewaard zaten o.a. eenige pakken met tientjes waarvan ieder pak inhield f 1000,- en waarvan elk afzonderlijk was gebanderolleerd met het paraaf van den desbetreffenden ambtenaar.
Bij het overnemen is het de gewoonte elk pak gebanderolleerd bankpapier van welke waarde ook, te controleeren en hoewel de Hr. Jongbloed met zekerheid wist te zeggen, dat dit ook is geschied bij de overname op 23 December jl., wist ik het mij echter niet te herinneren, hoewel ik direct moet toegeven, dat niet natellen van het bankpapier tegen de bestaande gewoonte in zou zijn.
Op 5 Januari 1943 wou ik f 2000.- op de Giro storten op rekening No. 79 en gaf den Hr. K. Marinus, die hiermede door mij werd belast, twee pakken, ieder inhoudende f 1000.- volgens de banderollen, waarvan 1 pak was geparafeerd door den Hr. J. Vietor en 1 pak door den Hr. K. Cobussen.
Direct na ontvangst van het geld ging de Hr. Marinus dit natellen in eene kamer grenzend aan het Kantoor, echter in tegenwoordigheid van meerdere ambtenaren en constateerde, dat in het pak geparafeerd door den Hr. Cobussen slechts 99 van f 10.- dus f 990.- aanwezig was. Bij natelling door mij en den Hr. Cubussen bleek dit helaas juist te zijn.
Hoe of op wat voor wijze dit pak slechts 99 stuks en niet 100 bankbiljetten van f. 10.- bevatte, is voor mij onverklaarbaar.
Bij de overname op 23 December jl. waren volgens de aanteekeningen in het klaskasboekje, drie pakken van 100 stuks aanwezig. In het tijdvak van 23 December 1942 tot en met 5 Januari 1943 heb ik voor het doen van uitbetalingen een of meerdere pakken moeten aanbreken, doch deze zijn wederom aangevuld, zoodat ik op 5 Januari jl. bij de overdracht van mijn kas hierbij 2 pakken van f 1000.- aan tientjes overdroeg, zoodat niet is te constateeren of het pak waaraan nu f 10.- ontbrak reeds bij de kasovername op 23 December jl. aanwezig was of niet.
Sinds korten tijd worden de banderollen ook gedateerd.
Amsterdam, 6 Januari 1943.
(wg.)
Fleumbaay. * Inhoud: Het rapport beschrijft een incident waarbij een verzegeld pak bankbiljetten van 10 gulden (een "tientje") één biljet te weinig bevatte. De opsteller erkent dat hij bij de eerdere kasovername op 23 december de pakken niet persoonlijk heeft nageteld, wat in strijd was met de geldende regels. Omdat er in de tussenliggende periode pakken zijn aangebroken en weer aangevuld, is niet meer te achterhalen wanneer het tekort precies is ontstaan.
* Taal en spelling: Het document is geschreven in het ambtelijk Nederlands van de vroege jaren '40 (gebruik van de naamvals-n: "den kassier den Heer"). Opvallend is de spelfout in de naam van de ambtenaar: eerst geschreven als "Cobussen" en later als "Cubussen".
* Vorm: Het betreft een "Afschrift", herkenbaar aan de aanduiding "(wg.)", wat staat voor "was getekend". Dit duidt erop dat dit een getypte kopie is van het originele handgetekende document voor archiefdoeleinden. * Tijdsgeest: Het document stamt uit januari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog niet direct wordt genoemd, weerspiegelt het document de strikte bureaucratische controle in die periode.
* Financieel: Een bedrag van 10 gulden in 1943 vertegenwoordigde een aanzienlijke waarde, vergelijkbaar met ongeveer 75 tot 80 euro in de huidige tijd. Een dergelijk tekort werd daarom zeer serieus genomen en vereiste een officieel rapport. De vermelding dat banderollen voortaan gedateerd worden, wijst op een aanscherping van de interne controle naar aanleiding van dit voorval.