Ambtelijk advies/brief.
Origineel
Ambtelijk advies/brief. Onleesbaar (waarschijnlijk een marktmeester of opzichter). Advies op No 25/100/1 M 39.
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van
J. van Os pl. 55 AC, betreffende assistentie, bericht ik
U het volgende:
De heer van Os wordt geregeld bijgestaan door
diens zoon, waarvoor hem toestemming is verleend
(zie 25/74/2 M 38).
Thans wenscht hij bovendien extra hulp en
wel door den persoon, die herhaalde malen, zonder
resultaat, van zijn stal is weggestuurd door
de marktambtenaren (zie rapp. mz. dd. 25-9-39 en
25/167/1 M 39).
Inwilliging van het verzoek zal ongetwijfeld
meerdere dergelijke verzoeken tot gevolg hebben.
Bovendien zijn de handelsartikelen, die de heer
van Os verkoopt, nl. stoffen, zeer gevoelig voor
onderlingen naijver door concurrenten!
Mede door het te scheppen precedent, doch hoofdza-
kelijk in het belang der marktorde, dient m.i.
het verzoek te worden afgewezen.
Amst. 16 Dec 39
[Handtekening] * Inhoud: Het document is een negatief advies aan de Inspecteur van het Marktwezen betreffende een verzoek van marktkoopman J. van Os. Van Os heeft al toestemming voor hulp van zijn zoon, maar wil nu een tweede persoon aanstellen.
* Bezwaren: De auteur voert drie redenen aan voor afwijzing:
1. Handhaving: De beoogde persoon is al vaker door ambtenaren van de kraam weggestuurd (mogelijk een illegale helper of iemand met een verbod).
2. Precedentwerking: Het toestaan van extra hulp zou leiden tot een stroom aan soortgelijke verzoeken van andere kooplieden.
3. Concurrentie: De handel in stoffen wordt omschreven als een sector met veel "naijver" (jaloezie). Extra hulp zou de verhoudingen op de markt kunnen verstoren.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands uit het interbellum ("inwilliging", "naijver", "m.i." - mijns inziens). Dit document stamt uit december 1939, de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1940). Het "Marktwezen" in Amsterdam was een streng gereguleerde tak van de gemeente. De aanduiding "pl. 55 AC" verwijst zeer waarschijnlijk naar standplaats 55 op de Albert Cuypmarkt.
In die tijd waren de regels voor assistentie op de markt streng; men mocht vaak alleen familieleden inzetten om de concurrentiepositie van stalhouders onderling gelijk te houden en om te voorkomen dat kramen uitgroeiden tot grote ondernemingen die de kleinschalige marktorde zouden verstoren. De handel in stoffen (textiel) was in deze periode een grote en competitieve sector op de Amsterdamse markten.