Handgeschreven verzoekschrift / brief.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / brief. 12 oktober 1939. A. v. Velzen. [Stempel linksboven:] № 25/191/1
[Stempel midden boven:] M. 1939
[Rechtsboven:] A’dam 12, 10, 1939
[Handgeschreven over stempel:] Mijnheer
[Rechts onder datum:] 13/10 m.i. Insp.
Beleefd vraag ik u om Toestemming
mij te geven voor Hulp in de
Albert Cuijpstraat daar ik het niet
alleen Kan doen als dat mijn zoon
mij een Handje Kan helpen op mij
plaats. U geind antwoord wachtend
Noem ik mij
A. v. Velzen
Joden Breestraat 19 II
A’dam C * Inhoud: De afzender, A. v. Velzen, verzoekt om officiële toestemming om hulp te krijgen van zijn/haar zoon bij werkzaamheden in de Albert Cuypstraat (waarschijnlijk een marktkraam). De reden voor het verzoek is dat de schrijver het werk niet alleen afkan.
* Taalgebruik: Het document is geschreven in het Nederlands van de jaren '30. Er zijn enkele spellingskenmerken en archaïsmen zichtbaar, zoals "geind" (bedoeld als 'geëerd' of 'gunstig') en de slotformule "Noem ik mij". Ook is er sprake van een grammaticale slordigheid ("op mij plaats" in plaats van "mijn plaats").
* Administratieve sporen: De stempels en de notitie "m.i. Insp." (mijns inziens Inspecteur) wijzen op een ambtelijke afhandeling door de marktinventarisatie of de politie van Amsterdam. Het document dateert van oktober 1939, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, maar nog vóór de Duitse inval in Nederland. De Albert Cuypmarkt was op dat moment al een centrale economische plek in de stad. De afzender woonde in de Jodenbreestraat, een straat die destijds het hart vormde van de Joodse buurt van Amsterdam. Hoewel de naam 'Van Velzen' niet specifiek Joods is, geeft de locatie in combinatie met de datum een tijdsbeeld van de strikte regelgeving waaraan marktkooplieden in die periode moesten voldoen om hun nering uit te oefenen. Politie