Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie). 3 november 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Amsterdamse Marktdienst). Den Heer J. Dekkers, Rozengracht 84, Amsterdam-Centrum. 2 ex. M. de Boer. [handgeschreven annotatie rechtsboven]
vP/HG.
25/196/2 M. Verzonden 3/11-'39 [handgeschreven annotatie]
3 November 1939.
den Heer J.Dekkers,
Rozengracht 84,
<u>Amsterdam-Centrum.</u>
Wijk 7.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 20 October jl. be-
richt ik U, dat U geen uitstel kan worden verleend van Uw
verplichting om ten minste twee maal per week een plaats op
de markt Albert Cuypstraat te bezetten. Indien U aan deze
verplichting niet voldoet, zal de U verleende voorkeurskaart
worden ingetrokken, overeenkomstig de desbetreffende bepalin-
gen van het Reglement op de Markten.
De Directeur, Deze brief is een strikte ambtelijke afwijzing van een verzoek om ontheffing. De heer J. Dekkers, woonachtig aan de Rozengracht, had blijkbaar gevraagd om (tijdelijk) minder op de Albert Cuypmarkt te hoeven staan. De autoriteiten wijzen dit verzoek resoluut af.
De kern van het document is de handhaving van de marktregels:
1. Aanwezigheidsplicht: Er geldt een minimum van twee marktdagen per week.
2. Sanctie: Het niet voldoen aan deze plicht leidt tot intrekking van de "voorkeurskaart". Deze kaart was essentieel voor marktkooplieden, omdat het hen recht gaf op een vaste standplaats op de populaire Albert Cuypmarkt.
3. Juridische grondslag: Er wordt direct verwezen naar het "Reglement op de Markten".
De toon is zakelijk en autoritair, kenmerkend voor de vooroorlogse bureaucreatie in Nederland. De datum van de brief, 3 november 1939, is historisch relevant. De Tweede Wereldoorlog was twee maanden eerder uitgebroken. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, had de mobilisatie grote gevolgen voor de economie en de arbeidsmarkt. Veel mannen waren onder de wapenen geroepen, wat kan verklaren waarom een marktkoopman mogelijk moeite had om zijn standplaatsbezetting te garanderen (bijvoorbeeld door gebrek aan personeel of eigen oproeping).
De Albert Cuypmarkt was in 1939 reeds een vitale ader voor de voedselvoorziening en handel in Amsterdam. De overheid hield de regie strak in handen om leegloop van de markt of illegale handel te voorkomen. De "voorkeurskaart" was een felbegeerd document dat de bestaanszekerheid van een koopman waarborgde; het dreigen met intrekking was dan ook een zwaar middel om de discipline op de markt te handhaven. J. Dekkers M. Verzonden M. de Boer