Doorslag van een officiële brief (archiefkopie).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (archiefkopie). 31 oktober 1939 (verzonden op 1 november 1939). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer E.E. Schrandt, Cornelis Anthoniszstraat 19 I, Amsterdam-Zuid. [Rechtsboven, handgeschreven:]
Bew. M. de Raev.
[Linksboven:]
VP/HG.
25/199/4 M.
[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 1/11-'39
[Rechtsboven:]
31 October 1939.
[Adresblok:]
den Heer E.E. Schrandt,
Corn.Anthoniszstraat 19 I,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 24.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 26 October jl.
verleen ik U hierbij gedurende ten hoogste drie maanden na
dato dezes, in verband met Uw ongesteldheid, uitstel van Uw
verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Albert
Cuypstraat te bezetten, mits U zorgdraagt, dat het ook tij-
dens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld, geregeld wordt
betaald.
[Afsluiting:]
De Directeur, * Context van het verzoek: De heer Schrandt heeft op 26 oktober 1939 een brief gestuurd waarin hij melding maakt van "ongesteldheid" (ziekte). Als marktkraamhouder was men destijds strikt verplicht om persoonlijk aanwezig te zijn bij de kraam.
* Besluit: De directeur verleent een tijdelijke ontheffing van deze bezettingsplicht voor een periode van maximaal drie maanden.
* Voorwaarde: De ontheffing is niet kosteloos; de marktgelden (staangeld) moeten tijdens de afwezigheid gewoon doorbetaald worden om het recht op de standplaats te behouden.
* Locatie: De betreffende markt is de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. Het adres van de ontvanger (Cornelis Anthoniszstraat) ligt in de directe nabijheid van deze markt in de wijk De Pijp.
* Administratieve kenmerken: De afkorting "VP/HG." verwijst naar de opsteller en de typist(e). "Wijk 24" is een administratieve indeling van de stad die destijds door de gemeente werd gebruikt. Dit document stamt uit de periode van de "Mobilisatie" in Nederland, vlak na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa (september 1939), maar nog vóór de Duitse inval in Nederland (mei 1940). De Albert Cuypmarkt was in deze tijd al een cruciaal onderdeel van de Amsterdamse voedselvoorziening en economie.
De brief illustreert de strakke gemeentelijke regie op de markten. Markthandelaren hadden een vergunning die gekoppeld was aan strenge regels, waaronder de plicht tot "geregelde bezetting". Zonder officiële toestemming van de Directeur van het Marktwezen riskeerde een handelaar zijn plek te verliezen bij langdurige afwezigheid. Het feit dat de brief een doorslag is, duidt erop dat dit exemplaar bedoeld was voor het administratieve dossier van de vergunninghouder.