Ambtelijk advies / rapportage (intern memo).
Origineel
Ambtelijk advies / rapportage (intern memo). Betreft de periode september – november 1939. Advies op No 25/199/5 M39.
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van
P. Schiandt, pl. 317 AC, betreffende tijdelijke vrij-
stelling van marktgeldbetaling, diene het volgende:
Volgens Schiandt’s mededeeling is hij weduw-
naar en zijn zijn kinderen uitbesteed, terwijl
hijzelf bij zijn ouders inwoont op het navolgend
adres: Corn. Anthoniszstraat 19 I, alhier.
Op 20 Sept ’39 is Schiandt ziek geworden en heeft
zich onder behandeling gesteld van Dr. Lobrijman,
Vondelstraat 17, alhier.
Op 16 Oct. d.a.v. was hij in zooverre hersteld, dat
hij zijn marktbezigheden kon hervatten, doch
werd dien dag door een auto aangereden.
De arts van den autobestuurder, Dr. Menko, Plantage
Muidergracht 20, alhier, heeft Schiandt daarop
geneeskundig behandeld, zoodat hij op 9 Nov. ’39,
als herstelde, zijn plaats wederom bezette.
Bedoeling van verzoeker is vrijgesteld te worden
van marktgeldbetaling gedurende 20 Sept ’39 – 9 Nov ’39,
omreden hij dien tijd geen inkomsten genoot, voor
ondersteuning door het Gemeentelijk Bureau voor Dit document is een ambtelijk advies gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. Het behandelt het verzoek van een marktkoopman, P. Schiandt (standplaats 317 AC), die vraagt om een tijdelijke vrijstelling van de betaling van marktgeld.
De redenen voor dit verzoek zijn tweeledig:
1. Ziekte: Schiandt was vanaf 20 september 1939 ziek onder behandeling van Dr. Lobrijman.
2. Ongeval: Net toen hij op 16 oktober hersteld was en zijn werk wilde hervatten, werd hij aangereden door een auto. Hij werd vervolgens behandeld door de arts van de tegenpartij (Dr. Menko) en kon pas op 9 november zijn werkzaamheden hervatten.
De rapporteur merkt op dat Schiandt een weduwnaar is wiens kinderen elders zijn ondergebracht en dat hij bij zijn ouders woont. Omdat hij gedurende zeven weken geen inkomsten had en afhankelijk was van gemeentelijke steun, wordt zijn verzoek om kwijtschelding van de marktgelden onderbouwd. Het document dateert uit het najaar van 1939, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa (hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was). Het geeft een inkijkje in de sociale omstandigheden van marktkooplieden in Amsterdam.
Het Marktwezen was de gemeentelijke instantie die de orde en de financiën (zoals het staangeld) op de Amsterdamse markten beheerde. Voor kleine zelfstandigen was het wegvallen van inkomsten door ziekte rampzalig; zij waren dan aangewezen op het Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijke Steun. De genoemde locaties (Cornelis Anthoniszstraat, Vondelstraat, Plantage Muidergracht) zijn specifieke Amsterdamse adressen die de lokale context bevestigen. De procedure toont aan dat er een bureaucratisch systeem bestond voor sociale zekerheid en coulance bij overmacht voor Amsterdamse neringdoenden.