Officiële brief/kennisgeving van een sanctie.
Origineel
Officiële brief/kennisgeving van een sanctie. 27 oktober 1939 (verzonden op 28 oktober 1939). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen te Amsterdam). Referentie: VP/HG. / 25/201/2 M. den Heer M. Polak, Hemonystraat 35 II, Amsterdam-Zuid (Wijk 17). [Handgeschreven rechtsboven:] 20 lrs. M. de Praer
VP/HG.
25/201/2 M.
[Handgeschreven in het midden:] Verzonden 28/10-39
27 October 1939.
den Heer M. Polak,
Hemonystraat 35 II,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 17.
Mij is gerapporteerd, dat U, ondanks het feit, dat U terzake herhaaldelijk werd gewaarschuwd en reeds voorwaardelijk werd gestraft, voortgaat zich op Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat zonder toestemming te laten assisteren, terwijl U bovendien Uw bedoelde plaats op 21 October jl. in verontreinigden toestand heeft achtergelaten. Op grond van deze feiten heb ik U, ingevolge artikel 39 van het Reglement op de Markten, gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen voor den tijd van drie dagen, namelijk op 31 October, 1 en 2 November a.s.
De Directeur, Deze brief is een formele aanzegging van een strafmaatregel aan een marktkoopman, de heer M. Polak. Uit de tekst blijkt dat er sprake is van recidive: de geadresseerde was al herhaaldelijk gewaarschuwd en had zelfs al een voorwaardelijke straf ontvangen.
De specifieke overtredingen die hier worden genoemd zijn:
1. Ongeoorloofde assistentie: Het zich laten helpen bij de marktkraam op de Albert Cuypstraat zonder de vereiste officiële toestemming.
2. Vervuiling: Het onhygiënisch of vervuild achterlaten van de toegewezen marktplaats op 21 oktober 1939.
De sanctie is gebaseerd op artikel 39 van het toenmalige 'Reglement op de Markten'. De straf bestaat uit een schorsing van drie dagen (31 oktober tot en met 2 november 1939), waarin de heer Polak geen standplaats mag innemen op de Amsterdamse markten. De toon van de brief is strikt zakelijk en bureaucratisch, kenmerkend voor gemeentelijke correspondentie uit die tijd. Het document dateert van oktober 1939, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was. Het geeft een inkijkje in de strikte handhaving van de openbare orde en marktvoorschriften in Amsterdam vlak voor de bezetting.
De Albert Cuypmarkt, waar de overtreding plaatsvond, was toen al een van de belangrijkste markten van de stad. De geadresseerde, M. Polak, woonde in de Hemonystraat in de wijk De Pijp, een buurt die destijds een aanzienlijke Joodse populatie kende. Hoewel dit document een reguliere administratieve handeling betreft, is de achternaam 'Polak' in de context van Amsterdam eind 1939 beladen, gezien de toenemende dreiging en de latere vervolgingen tijdens de bezettingsjaren. Dergelijke archiefstukken zijn vaak de laatste sporen van het normale, dagelijkse leven van burgers voordat de oorlog dit leven radicaal zou veranderen.