Brief / Verzoekschrift (fragment)
Origineel
Brief / Verzoekschrift (fragment) verlof niet onder den blooten hemel kan slapen,
tijdens mijn verlof heb ik ook voeding noodig.
5. mijn ouders zijn wat hun inkomsten betreft
niet in staat dit financieel te bekostigen.
6. ik heb vanwege het rijk geen enkele vergoeding,
alleen wekelijks soldij f. 2.24
7. daar uit moet betaald: zeep, wasgoed, scheren,
wekelijks slaap- verblijfplaats, herberging, en diverse
dingen en opvoorzien tot. enz.
8. U begrijpt dat kan niet van f. 2.24.
9. ik teer eens van mijn voorraad goederen af want
doorbetalen kan ik op die manier niet.
10. komt ik op kooplieden bij, dan krijg ik voor een
behoorlijke stel met goederen een appel en een ei.
11. gehuwden die gemobiliseerd zijn en vergoeding hebben, laten
hun echtgenoote hun bedrijf voortzetten.
12. bij deze doe ik dan ook een allerlaatste beroep op Uw
welwillendheid als ambtenaar en als mensch!
a. ik verzoek U beleefd doch dringend mij bij mijn
verlof een dagplaats te willen verleenen, om de krach-
ten der onkosten te verdienen genoemd onder 3. 4. 7.
b. het is al treurig genoeg dat ik tijdens mijn verlof
werken moet voor het trachten deze onkosten te
verdienen, want het rijk geeft tijdens verlof geen
voeding of onderdak, aan ongehuwden buiten hun
garnizoen, dus moet ik tijdens mijn verlof werken om aan
den kost te komen. De brief is een dringend verzoek van een soldaat die de financiële onhoudbaarheid van zijn situatie aantoont. De kernpunten van zijn betoog zijn:
* Financiële nood: Met een wekelijkse soldij van slechts 2,24 gulden moet hij alle persoonlijke verzorging en verblijfskosten tijdens zijn verlof zelf betalen.
* Gebrek aan steun: In tegenstelling tot gehuwde militairen of soldaten met welgestelde ouders, heeft hij geen enkel vangnet.
* Onvoordelige handel: Hij probeert goederen uit eigen voorraad te verkopen, maar krijgt van handelaren slechts een spotprijs ("een appel en een ei").
* Het verzoek: Hij vraagt om een 'dagplaats' (toestemming om tijdelijk civiel dagwerk te verrichten) om in zijn eigen levensonderhoud te kunnen voorzien tijdens zijn verlof, aangezien de staat hem dan niet faciliteert.
De toon is formeel maar emotioneel geladen, wat blijkt uit de afsluitende oproep aan de menselijkheid van de geadresseerde ambtenaar. Dit document biedt een inkijkje in de sociale en economische omstandigheden van de Nederlandse militair tijdens de Mobilisatie (waarschijnlijk de Eerste Wereldoorlog). Terwijl Nederland neutraal bleef, waren tienduizenden mannen jarenlang van huis. Voor ongehuwde soldaten uit de lagere sociale klassen was verlof vaak een financiële last in plaats van een rustperiode, omdat zij buiten hun garnizoen hun eigen kost en inwoning moesten bekostigen zonder de toeslagen die gehuwde mannen ontvingen. Het document illustreert de bureaucratische strijd die individuele soldaten moesten voeren voor elementaire behoeften.