Brief (vervolgvel of fragment van een verzoekschrift/correspondentie).
Origineel
Brief (vervolgvel of fragment van een verzoekschrift/correspondentie). Ongedateerd, maar de tekst verwijst naar de week van 28 augustus t/m 3 september. De context suggereert de periode 1940-1945. L. Drukker (p/a den Heer J.W. Geuken te Voorst, Gelderland). Onbekende instantie (vermoedelijk een gemeentebestuur of marktmeester). c. mijn comm. heeft er geen enkel bezwaar tegen, dat
ik tijdens mijn verlof mijn onkosten tracht te ver-
dienen, want winkeliers hebben tijdens hun verlof
hun deuren ook geopend.
d. aangezien de zeer beperkte aanvoer van grondstoffen
kan mijn vader mijn bedrijf niet voortzetten, en
is ook niet in staat met mijn gereedschap te
werken, aangezien mijn maatschappij is gemaakt naar
eigen initiatief en ieder vakman heeft zelf met zijn gereedschap.
h. aangezien ik altijd op tijd aan mijn fin. verplich-
tingen voldeed indien dat mogelijk was, is dat
wordt dat, door de maatregel dat wij niet
op de markt mogen staan, doch wel winkelen en
werken bij diverse grootbedrijven, totaal onmogelijk.
f. ik heb ook marktgeld betaald over de week van
28 Aug. t/m en incl. 3 Sept. en was altijd gewoon
om dagelijks te staan en te werken van vroeg tot
laat.
g. ik vertrouw dat U nu wel een indruk hebt gekregen
over mijn toestand en vraag U nogmaals beleefd doch
dringend mij te laten staan op een leege plaats om de
14 dagen 1 of 2 dagen des noods onder toezicht van mijn
vader, en vernam ik gaarne Uw gewaardeerde meening
over dit bijzondere geval (waarvoor ik port. bij insluit)
en teken ik inmiddels met de meeste hoogachting
L. Drukker p/a den Heer J. W. Geuken. Voorst. Gld. In deze brief verzoekt L. Drukker om dispensatie om ondanks geldende beperkingen toch zijn handel op de markt te mogen drijven. De schrijver voert de volgende argumenten aan:
* Hij is momenteel met verlof (mogelijk militair verlof, gezien de afkorting "comm." voor commandant) en wil in die tijd zijn onkosten dekken.
* Zijn bedrijf is een eenmanszaak met een zeer specifieke inrichting ("werkplaats/maatschappij gemaakt naar eigen initiatief"), waardoor zijn vader hem niet kan vervangen.
* Er is schaarste aan grondstoffen, wat de bedrijfsvoering bemoeilijkt.
* Door de maatregel die markthandel verbiedt, kan hij niet aan zijn financiële verplichtingen voldoen. Hij wijst op de discrepantie dat werken bij "grootbedrijven" wel is toegestaan.
* Hij heeft reeds marktgeld vooruitbetaald.
* Zijn verzoek is bescheiden: hij vraagt slechts om één of twee dagen per veertien dagen op een "leege" (lege) plaats te mogen staan.
De schrijfstijl is formeel en beleefd, wat past bij een officieel verzoekschrift aan een overheidsinstantie in de eerste helft van de 20e eeuw. Hoewel een jaartal ontbreekt, wijzen de inhoudelijke elementen sterk op de periode van de Duitse bezetting in Nederland (1940-1945). De "zeer beperkte aanvoer van grondstoffen" en de beperkende "maatregel" die de markthandel aan banden legde ten gunste van de tewerkstelling in "grootbedrijven" (vaak de oorlogsindustrie), zijn kenmerkend voor de bezettingseconomie.
De vermelding van "mijn comm." (commandant) suggereert dat Drukker op dat moment een militaire status heeft of onder een specifieke tewerkstellingsregeling valt. Het adres in Voorst (Gelderland) plaatst het document in een regionale context. Het insluiten van "port." (postzegels voor een antwoord) was in die tijd een gebruikelijke beleefdheid bij verzoekschriften aan instanties om een snelle reactie te faciliteren. J.W. Geuken L. Drukker W. Geuken