Archiefdocument
Origineel
26 maart 1942 (verzonden op 27 maart 1942). De Directeur van de Centrale Markt, Amsterdam. Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. [Handgeschreven rechtsboven:] M. Brauns
[Handgeschreven middenboven:] HG. Verzonden 27/3
77/24/3 M.
1
26 Maart 1942.
Straf W.H.F. de Liefde
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 21 Maart 1942 door den contrôleur J.P.B. Boon van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat W.H.F. de Liefde, wonende 1e Helmersstraat 245, wien als kooper toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich aldaar heeft schuldig gemaakt aan diefstal van twee ledige kisten ten nadeele van de N.V. Nederlandsche Veiling van Land- en Tuinbouwproducten "Amsterdam".
De Liefde voornoemd is dezerzijds, ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van veertien dagen, namelijk van 25 Maart tot en met 7 April 1942.
Ik ben van meening, dat De Liefde voor langeren tijd van de Centrale Markt moet worden geweerd en ik geef U mitadien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat De Liefde in aansluiting op mijn straf, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van bovenaangehaald artikel, door den Burgemeester van Amsterdam wordt gestraft met ontneming van het recht van toegang voor den tijd van vier maanden, zulks met ingang van 8 April 1942.
De Liefde voornoemd heeft zich tevoren nimmer aan eenig strafbaar feit op de Centrale Markt schuldig gemaakt.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk schrijven van de Directeur van de Centrale Markt in Amsterdam aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De aanleiding is een diefstal op 21 maart 1942 door een geregistreerde koper, W.H.F. de Liefde, die twee lege kisten heeft ontvreemd van de N.V. Nederlandsche Veiling.
De directeur heeft direct een disciplinaire straf opgelegd van twee weken toegangsontzegging (op basis van artikel 35 lid 1 van het marktreglement). Echter, hij acht deze straf onvoldoende en verzoekt de wethouder om bij de burgemeester een zwaardere straf te bepleiten: een ontzegging van vier maanden (op basis van lid 2 van hetzelfde artikel). Opvallend is dat de directeur dit adviseert ondanks het feit dat de dader geen eerdere overtredingen op zijn naam heeft staan. Het document illustreert de strikte handhaving en de bureaucratische procedure rondom de voedselvoorziening en marktorde in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren. Het document dateert uit maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was cruciaal voor de voedseldistributie in de stad. In een tijd van toenemende schaarste en rantsoenering werd er zeer streng opgetreden tegen elke vorm van diefstal of onregelmatigheden bij de voedselvoorziening.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een sleutelfiguur in het stadsbestuur, verantwoordelijk voor de distributie van schaars voedsel aan de bevolking. De hiërarchie die in de brief wordt beschreven (Directeur -> Wethouder -> Burgemeester) laat zien dat ingrijpende maatregelen, zoals een langdurige uitsluiting van een handelaar, op het hoogste stedelijke niveau werden beslist. De burgemeester van Amsterdam was in 1942 de door de bezetter aangestelde NSB'er Edward Voûte.