Doorslag van een officiële brief (besluit).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (besluit). 23 maart 1942. De Directeur (van de Centrale Markt, Amsterdam). Den Heer W.H.F. de Liefde, 1e Helmersstraat 245, Amsterdam-West (Wijk 21). [Handgeschreven, rechtsboven:] Verzonden 23/3 [onleesbare krabbel, mogelijk W. Broere]
[Getypt, rechtsboven:] HG.
den Heer W.H.F.de Liefde,
1e Helmersstraat 245,
Amsterdam-West.
Wijk 21.
77/24/2 M. 23 Maart 1942.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 20 Maart jl. op de Centrale Markt hebt schuldig gemaakt aan diefstal van twee ledige kisten.
Op grond van dit feit ontzeg ik U, ingevolge artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, den toegang tot die markt voor den tijd van veertien dagen, namelijk van Woensdag 25 Maart totmen met Dinsdag 7 April 1942, terwijl ik aan den Burgemeester de vraag ter beoordeeling heb voorgelegd of U voor langeren termijn behoort te worden uitgesloten.
De Directeur, Dit document is een formele kennisgeving van een ordemaatregel. De ontvanger, de heer W.H.F. de Liefde, wordt door de directeur van de Centrale Markt in Amsterdam gestraft voor de diefstal van twee lege kisten op 20 maart 1942.
De straf bestaat uit een onmiddellijke ontzegging van de toegang tot de markt voor een periode van veertien dagen. Interessant is dat de directeur deze maatregel als een tijdelijke sanctie ziet in afwachting van een besluit van de burgemeester over een eventuele uitsluiting voor langere termijn. Dit duidt op een strikte handhaving van de reglementen op de markt. In de tekst staat een kleine typefout: "totmen met" in plaats van "tot en met". Het document dateert uit maart 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening. Vanwege de schaarste en de distributie waren de regels op de markt zeer streng. Diefstal, zelfs van iets relatief onbeduidends als "twee ledige kisten", werd hoog opgenomen omdat emballage (kratten en kisten) essentieel was voor de logistiek en vaak ook schaars was.
De betrokkenheid van de Burgemeester (in 1942 was dit de pro-Duitse Edward Voûte) bij een dergelijke zaak onderstreept het belang dat de autoriteiten hechtten aan discipline en orde op de centrale distributiepunten in oorlogstijd. Dergelijke dossiers geven een inkijkje in de dagelijkse rechtshandhaving en de strikte controle op de Amsterdamse bevolking tijdens de bezettingsjaren. W. Broere W.H.F. de Liefde