Ambtsbrief (doorslag).
Origineel
Ambtsbrief (doorslag). 9 april 1942. De Directeur van de Centrale Markt (Amsterdam). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Stempel/notitie rechtsboven:] M. de Bruin
[Midden boven:] HG. Verzonden 9/4
77/26/5 H.
1
9 April 1942.
Straf J. Mijnders
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 7 April jl. door den contrôleur B. Felthuis van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat J. Mijnders, wonende Jacob van Lennepstraat 261, wien als personeel van grossier H. Bras toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich aldaar heeft schuldig gemaakt aan diefstal van een doos conserven ten nadeele van den grossier G. Kramer.
Terzake van dit feit is geen proces-verbaal opgemaakt, aangezien de grossier Kramer geen aangifte van dezen diefstal wenschte te doen. Mijnders voornoemd is dezerzijds, ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van veertien dagen, namelijk van 11 tot en met 24 April 1942.
Ik ben van meening, dat Mijnders voor langeren tijd van de Centrale Markt moet worden geweerd en ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat Mijnders in aansluiting op mijn straf, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van bovenaangehaald artikel, door den Burgemeester van Amsterdam wordt gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voor onbepaalden tijd, zulks met ingang van 25 April a.s.
Mijnders voornoemd heeft zich tevoren nimmer aan eenig strafbaar feit op de Centrale Markt schuldig gemaakt.
De Directeur, * De kern: De brief rapporteert een interne diefstal op de Centrale Markt van Amsterdam. Een werknemer van een grossier (Mijnders) heeft een doos conserven gestolen van een andere grossier (Kramer).
* De strafmaat: Omdat de bestolene geen aangifte bij de politie wilde doen, is er geen strafrechtelijke vervolging (geen proces-verbaal). De marktmeester grijpt echter hard in via het eigen marktreglement. Er is een tweetraps-bestraffing:
1. Een directe ontzegging van de toegang voor 14 dagen door de directeur zelf.
2. Een verzoek aan de Wethouder om bij de Burgemeester een verbod voor onbepaalde tijd te bewerkstelligen.
* Toon: De brief is formeel en procedureel, maar ook onverbiddelijk. Hoewel er wordt opgemerkt dat het de eerste overtreding van de man is, wordt direct de zwaarst mogelijke maatregel (levenslange ontzegging) voorgesteld. * Oorlogstijd: Het document dateert uit april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Voedselvoorziening was cruciaal en streng gereguleerd. Diefstal van levensmiddelen (zoals een doos conserven) werd in deze periode zeer hoog opgenomen, omdat het de distributieketen ondermijnde.
* Bestuur: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" en de Burgemeester (destijds de pro-Duitse E.J. Voûte) hadden verregaande bevoegdheden om de orde op de markten te handhaven.
* Sociale impact: Toegang tot de Centrale Markt was essentieel voor het werk van Mijnders. Een ontzegging voor onbepaalde tijd betekende in de praktijk direct ontslag en het verlies van inkomen in een tijd van toenemende schaarste. De brief illustreert de strenge discipline die in de voedselsector werd gehandhaafd.