Typoscript (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Typoscript (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen. 4 mei 1942. De Directeur (van de Centrale Markt, Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Linksboven:]
77/32/3 M.
[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 5/5
[Rechtsboven, handgeschreven:]
M. Brouwer [?]
[Midden boven, getypt:]
HG.
[Rechts:]
4 Mei 1942.
[Links:]
Straf P. de Maaijer
Centrale Markt.
[Rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 29 April jl. door den contrôleur B. Felthuis van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat P. de Maaijer, wonende Ger. Schaepstraat 8, alhier, wien als personeel van den kooper R. v.d. Poel toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich aldaar heeft schuldig gemaakt aan diefstal van 18 ledige kisten ten nadeele van den grossier Heemskerk.
Terzake van dit feit is geen proces-verbaal opgemaakt. P. de Maaijer voornoemd is dezerzijds, ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van veertien dagen, namelijk van 2 tot en met 15 Mei 1942.
Ik ben van meening, dat De Maaijer voor langeren tijd van de Centrale Markt moet worden geweerd en ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat De Maaijer in aansluiting op mijn straf, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van bovenaangehaalde artikel, door den Burgemeester van Amsterdam wordt gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voor den tijd van vier maanden, zulks met ingang van 16 Mei a.s.
De Maaijer voornoemd heeft zich tevoren nimmer aan eenig strafbaar feit op de Centrale Markt schuldig gemaakt.
De Directeur, Dit document is een ambtelijke correspondentie waarin de Directeur van de Centrale Markt in Amsterdam een voorstel doet aan de Wethouder voor de Levensmiddelen voor een tuchtrechtelijke straf.
De kern van de zaak is de diefstal van 18 lege kisten door een zekere P. de Maaijer, die werkzaam was voor een koper op de markt. Hoewel er geen officieel proces-verbaal door de politie is opgemaakt, heeft de directeur al een disciplinaire straf opgelegd (14 dagen ontzegging van de toegang). De directeur acht dit echter onvoldoende en verzoekt de wethouder om bij de burgemeester aan te dringen op een zwaardere sanctie: een toegangsverbod van vier maanden. Opvallend is dat de directeur vermeldt dat de dader geen eerdere overtredingen heeft begaan, maar desondanks aandringt op een strengere straf. Het document dateert van mei 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening in Amsterdam een uiterst kritieke aangelegenheid. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat vormden de spil van de voedseldistributie.
Vanwege de schaarste en de rantsoenering werd er zeer streng opgetreden tegen diefstal of onregelmatigheden op de markt. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze tijd een cruciale rol in het beheersen van de voedselstromen. De burgemeester van Amsterdam was in 1942 de pro-Duitse Edward Voûte. Het feit dat men voor de diefstal van "18 ledige kisten" een uitsluiting van vier maanden voorstelt, illustreert hoe streng de regels en de handhaving waren om de orde op de markt te bewaren in een tijd van economische nood en bezetting.