Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 30 januari 1942. [Linksboven, handgeschreven in inkt:]
Gem. Techn.
St.
[handtekening/paraf] 16/2.42
[Rechtsboven, handgeschreven in potlood:]
Marktw.
[Rechtsboven, getypt:]
Straf bezoeker Centrale Markt.
[Linksboven, stempel:]
NO. 54/8 LM. 1942.
[Midden, getypt:]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam
Vrijdag, 30 Januari 1942.
[Rechtsboven het tekstblok, handgeschreven:]
notitie
M. Boerse [?]
[Inhoud, getypt:]
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen, wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen dd. 20 Januari 1942, No.77/9/3 M;
Gelet op art.35 van het Reglement op de Centrale Markt;
B e s l u i t :
den termijn van veertien dagen, gedurende welken de Directeur van het Marktwezen den toegang tot de Centrale Markt heeft ontnomen aan H. Waterman, Nieuwe Achtergracht 105 hs wegens het zich schuldig maken aan diefstal van een krat, met vier maanden te verlengen, derhalve tot en met 5 Juni 1942.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Sociale Zaken (2 stuks).
RV.
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Onderaan, paarse stempel:]
Nº 77/9/5 M. 1942 [handgeschreven:] 11/2 Dit document is een officieel besluit van de burgemeester van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het betreft een disciplinaire maatregel tegen een burger, H. Waterman, die op de Centrale Markt een krat had gestolen. In eerste instantie had de directeur van de markt hem voor 14 dagen de toegang ontzegd. De burgemeester besluit hier echter deze straf aanzienlijk te verzwaren naar een verbod van vier maanden (tot 5 juni 1942).
De administratieve zorgvuldigheid valt op: er wordt verwezen naar specifieke reglementen (art. 35 van het Reglement op de Centrale Markt) en er wordt precies aangegeven welke afdelingen kopieën van dit besluit moeten ontvangen. De afdeling 'Sociale Zaken' krijgt ook bericht, wat suggereert dat een dergelijke straf gevolgen kon hebben voor iemands uitkering of werkvoorziening. Het document dateert van januari 1942, een periode waarin Nederland ruim anderhalf jaar bezet was. Amsterdam stond op dat moment onder leiding van de regeringscommissaris/burgemeester Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld.
De vermelding van het adres "Nieuwe Achtergracht 105 hs" is historisch relevant. De Nieuwe Achtergracht lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. In 1942 waren de anti-Joodse maatregelen in volle gang. Hoewel het document spreekt over een 'gewone' diefstal, was de context van voedselschaarste en de precaire positie van bewoners in deze wijk van groot belang. De Centrale Markt was essentieel voor de voedselvoorziening; een toegangsverbod van vier maanden was dan ook een zeer zware sanctie die iemand direct in zijn levensonderhoud kon treffen. De harde aanpak van kleine vergrijpen was kenmerkend voor het autoritaire bestuur tijdens de oorlogsjaren.